20.7.07

Mannen worden liever platgetrapt door een kudde brandende olifanten

door Loor


Afgelopen nacht was het weer raak. Geplaagd door grote innerlijke onrust lag ik urenlang heel existentialistisch naar het plafond te staren, piekerend over degene die mij onlangs met een paar mooie zinnen uit mijn winterslaap trok en er nu voor zorgt dat hij een groot deel van de dag mijn gedachten beheerst. Weg rust, weg zelfbeheersing, weg goede voornemens. De liefde en het leven kijken mij recht in de ogen. Het gevaar ook.

In het kader daarvan (het gevaar dus) las ik het zelfhulpboek He’s just not that into you van de Amerikaanse relatiegoeroe Greg Behrendt. Niet omdat ik denk dat het aan een ander gebonden object van mijn verlangen geen werkelijke belangstelling voor me heeft, maar om meer inzicht te krijgen in de denkwereld van mannen in het algemeen. Nou ja, en omdat ik het cadeau kreeg van een bezorgde vriendin die een heilig geloof heeft in instantzelfhulpboeken.

Had ik dit hilarisch rake boekje jaren eerder gelezen, dan had ik bijvoorbeeld begrepen waarom mijn (door mij veel te lang als Grote Liefde bestempelde) ex-geliefde het niet gewoon uitmaakte, toen bleek dat hij leed aan de zwaarste vorm van relatievrees. In He’s just not that into you merkt Behrendt op dat mannen nog liever worden platgetrapt door een kudde brandende olifanten (een in het geval van mijn ex-geliefde nogal aantrekkelijke gedachte) dan dat ze het zelf uitmaken. Altijd fijn, dit soort momenten van groots en laat inzicht.

Dus toen hij mij wekenlang doodzweeg en tegelijkertijd ontkennend bleef antwoorden op de vraag ‘Is er iets?’, had ik moeten weten dat hij er zwijgend op aan stuurde dat ik uiteindelijk de handdoek in de ring zou gooien en hem zou verlaten. Zoveel lafhartigheid verdient natuurlijk op zijn minst twaalf kuddes zwaar fikkende en niets ontziende olifanten die, na in volle vaart over de lafbek te zijn heen gedenderd, zich nog eens omkeren om definitief zijn smeulende resten met de grond gelijk te maken.

Verder lees ik dat wij vrouwen vooral moeten letten op de non-verbale signalen die mannen ons sturen, in plaats van te veel waarde te hechten aan een terloopse opmerking. Dus als hij niet belt, dan wil hij ook niet bellen. Aangezien mannen de wereld leiden en het erg bevredigend vinden om te krijgen wat ze willen (vooral als ze net die dag de wereld hebben geleid), zijn ze dus ook in staat om zoiets simpels te doen als de telefoon pakken en ons mee uit te vragen. Doen ze dat niet, dan heeft dat niets te maken met verlegenheid of grote drukte op het werk (wist ik al – never bullshit a bullshitter).

De inhoud van het boekje neem ik hier en daar met een korrel zout, al zit er wel een kern van waarheid in een aantal stellingen van Behrendt. Uit ervaring weet ik dat ook mannen (zelfs die van de ongenaakbare soort) wel eens geplaagd worden door ernstige verlegenheid en de angst om afgewezen te worden. En met het gegeven dat wij vrouwen ook dubbele, zo niet driedubbele, signalen uitzenden, waardoor mannen er geen idee van hebben of we nu belangstelling voor ze hebben of niet, slaat Behrendt zijn lezeressen dan ook flink om de oren. Duidelijkheid boven alles en verdoe vooral je tijd niet, is de boodschap.

Dat ik daar altijd al een voorstander van was, maakt dat ik wel eens met de botte bijl heb gehakt (in het kader van duidelijkheid boven alles) en dat ik links en rechts wat processen heb versneld. Het leven is te kort, te kostbaar, om te focussen op iets wat nooit realiteit gaat worden. In dat opzicht is dit naslagwerkje geen echte eye-opener, maar het is altijd goed om het vertroebelde brein weer even op scherp te zetten.

Wat gaan deze inzichten mij opleveren in het Hier en Nu? Waarom ‘s nachts piekeren over het onbereikbare en daar dan overdag lyrische columns over tikken, terwijl ik eigenlijk al weet waar dit naar toe zal gaan? Zal de man die mij nu uit mijn slaap houdt ook liever smeulend ten onder gaan, dan dat hij zijn vriendin haar congé geeft? En als hij plotseling nooit meer van zich laat horen, kan ik dan heel nuchter denken He wasn’t just that into me?

Verkerend in fase I van mijn verliefdheid (de gevaarlijkste fase) hoop ik, ondanks alle raadgevingen van Behrendt, nog even in zalige onwetendheid te blijven.

1 opmerking: