15.8.07

Het onvermijdelijke weerzien

door Loor


De dag dat je met een ex-geliefde (in dit geval de Ex der Exen) oog in oog komt te staan, is onvermijdelijk. Het is niet een kwestie van ‘of’, maar van ‘waar en wanneer’.

Dat dit weerzien in de lucht hing, realiseerde ik me toen anderen hem hadden gespot op plekken waar ik op dat moment ook was. Dit zag ik niet als een blinde coïncidentie of juist als onontkoombaar karma, maar vooral als een paniekverwekkende situatie met terugwerkende kracht.

Het Onvermijdelijke Weerzien dus, waarover ik allerlei scenario’s in mijn hoofd had en waarop ik min of meer voorbereid dacht te zijn. Ik zou hem een minzaam knikje geven in het voorbijgaan (met behoud van pokerface), en ik zou zonder enige hartklop doorlopen/doorfietsen/doorrijden. Of ik zou een luchtig en beleefd praatje met hem maken, onderwijl afwezig op mijn horloge kijkend. Of ik zou net doen of ik hem niet zag, omdat ik nu eenmaal niet op mijn pokerface kan vertrouwen. Onder alle drie de omstandigheden was het natuurlijk zaak er daverend goed uit te zien. Iets met wapperende, net gewassen haren en een uiterst frisse maar rustige blik in de ogen. Zoiets.

Dat in werkelijkheid alles altijd anders gaat dan voorgenomen, en het bedenken van scenario’s zinloos is, had ik kunnen weten. Dat Het Onvermijdelijke Weerzien eigenlijk heel ontspannen en zelfs vrolijk zou zijn, had ik allerminst kunnen vermoeden. De scenario’s 1 t/m 3 vervielen (behalve dan dat ik er, net terug van het strand, daverend goed uitzag) zodra hij voor mijn neus stond.

We praatten wat (we hadden elkaar na ruim anderhalf jaar stilte best veel te vertellen), lachten wat, en waren allesbehalve gespannen. Alsof we volkomen waren vergeten hoe rampzalig onze relatie ook alweer was en hoe zwaar de afkickperiode erna. Alsof ik destijds zijn naam in mijn mobieltje niet heel therapeutisch had veranderd in Low Life Loser, voor het geval hij nog eens zou bellen of een sms zou sturen. Niets van dit alles. We keken elkaar slechts aan met een blik van ‘zullen we nu maar weer normaal doen en vrienden blijven, malle mensen die we zijn?’.

Glorieus was het moment waarop ik de deur achter hem sloot en geen tranen of gevoel van spijt voelde opkomen. De tijd had zijn werk gedaan, zoals voorspeld door velen. Ik was rustig, vredig, en sliep die nacht als een roos.

Aan dit niet voor mogelijk te houden scenario had ik niet eens durven denken, toen ik hem achttien maanden geleden voor het laatst in de achteruitkijkspiegel van mijn auto zag. Wist ik veel dat ik nog lang en gelukkig zou leven, en dat de tijd na ons afscheid mij zoveel kracht, nieuwe avonturen en inzichten zou brengen. Daarvoor moest ik iets ouder en wijzer worden. Anderhalf jaar om precies te zijn.

2 opmerkingen:

  1. Prachtige verwoording van de vergankelijkheid der emoties..

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mompelt iets over futiele armlengtes...

    BeantwoordenVerwijderen