1.4.08

Skivakantie

door Loor

Met wintersportactiviteiten heb ik een stevige haat-liefdeverhouding, hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door een gebrek aan opvoeding. Want als je niet ver voor je zestiende verjaardag op de lange latten hebt gestaan, ben je zo goed als verloren voor deze tak van sport. Dankzij mijn ouders – die overtuigd wintersportschuw zijn en mij als kind liever meesleepten naar onbegrijpelijke musea in Zuid- Europa - behoor ik nu tot deze reddeloze groep non-skiërs.

Toch was er op een bepaald moment sprake van een Serieuze Wintersportpoging, licht geëntameerd door een woestsportief vriendje dat vond dat ik alles samen met hem moest 'beleven'. Dus ook de afdaling van rode en zwarte skipistes.

Omdat de liefde doorgaans een blinde vlek in mijn hoofd veroorzaakt die 99 procent van mijn denkvermogen in de weg zit, stond ik ineens drie avonden per week te klungelen op een uiterst bedreigende borstelbaan. Onder begeleiding van Sigi, mijn uit Oostenrijk afkomstige privé-leraar. En Sigi wilde er al na drie lessen met mij vandoor, voorgoed de Oostenrijkse Alpen in. Niet om te skiën, want hij zag het meteen: kansloos verhaal, die Loor. Maar ik had een missie en oefende dapper door, daar op die borstelbaan en met Sigi, die zich opwierp als ski slash levenscoach met kitscherig Duits accent.

En zo kwam het dat ik op een kwade dag samen met het vriendje in volle vaart het Franse skioord Meribel binnen scheurde, alwaar mij een verhelderende week te wachten stond. Want mocht ik de eerste dag nog op mijn gemak het indrukwekkende skigebied verkennen, een dag later moest ik dan toch echt laten zien wat mijn geworstel op de borstelbaan mij had opgeleverd.

Dat ik al bij mijn eerste skipoging werd overvallen door een allesvernietigende blackout, kon het vriendje beslist niet waarderen. Alles wat ik in de voorafgaande weken had geleerd van Sigi was als sneeuw voor de zon verdwenen.

Na een drie kwartier durende motivatiemonoloog van het vriendje gleed ik met trillende benen een stukje van een overzichtelijk oefenheuveltje af. So far, so good!, dacht ik blij. Maar daar was vriendje alweer, die mij een enorme duw gaf. En ja, toen stortte ik regelrecht de afgrond in. Schreeuwend, hulpeloos.

Terwijl het duwvriendje achter mij heel argeloos en elegant dezelfde helling afdaalde, hielpen bezorgde medeskiërs mij overeind. Nadat hij de 'schade' had opgenomen en had vastgesteld dat deze wel meeviel, kreeg ik alweer een volgende preek. Vriendje was namelijk heel erg teleurgesteld dat ik die week niet met hem de rode en zwarte pistes zou gaan afdalen. Ik moest me er dan ook op voorbereiden dat ik hem verder weinig zou zien, omdat hij zich aan wilde sluiten bij een groep hippe snowboarders. 'Moet je doen!', gilde ik overdreven luchtig, maar God hoorde mij brommen.

Hoe ik mij de rest van die vakantie heb weten te vermaken, is mij nog steeds een raadsel. Het kneuterige oefenheuveltje heb ik nog dagelijks bezocht en ik hing moedig aan wat sleepliften. En dan zoefde het vriendje voorbij om me te vertellen dat hij ergens ging lunchen waar ik met mijn haperende skigedrag nooit kon komen.

En daar, in het mooie Meribel, had ik een doorbraak. Ik realiseerde me wederom dat ik nooit in mijn eigen tegendeel zou veranderen. Nou ja, op het gebied van wintersport dan. En ik nam me stellig voor me niet meer te laten verleiden door woestfanatieke vriendjes met disproportioneel grote ego's. Dit was de laatste keer geweest. Echt. Nee, echt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten