30.10.08

Wisselgeld

door Loor


Dat een beetje slimme ondernemer tijdens de kredietcrisis maar beter extra aardig, hoffelijk en servicegericht kan zijn tegen de paar klanten die zijn winkel nog komen bezoeken, is veel Nederlandse winkeliers niet echt duidelijk.

Zo wilde ik gisteren zoiets platvloers als een potje schoensmeer kopen bij mijn plaatselijke schoenmaker. Eigenlijk was ik altijd al een beetje bang voor deze man, die sinds jaar en dag grommend talloze te verzolen laarzen en schoenen van me had aangepakt, maar hij werkt nou eenmaal snel en efficiënt.

Toen ik de schoensmeer af wilde rekenen vroeg hij of ik 'het niet kleiner had’. Ik antwoordde ontkennend en probeerde hem een briefje van tien euro te overhandigen. “Nee! Dat méén je niet!” schreeuwde hij en zette toen zijn handen demonstratief in zijn zij. Nou zal iedereen die dag wel met een tientje zijn komen betalen, maar dat was toch echt niet mijn probleem.
Omdat ik hem niet-begrijpend aankeek werd hij nog bozer. “Ja, wát nou?!” blafte hij. En toen staarden we elkaar nog zeker een minuut zwijgend aan. En ik dacht alleen maar aan mijn nog altijd slecht ontwikkelde wegloopspieren die het weer eens volledig lieten afweten.

“Zullen we het nu afhandelen, of niet?” beet ik hem uiteindelijk toe. Woedend propte hij het wisselgeld in mijn hand. “Je geeft me teveel geld terug” zei ik. “Ja, en? Ik heb geen keus. Ik heb het gewoon niet. Pech voor mij, he!” aldus de schoenlapper.
Hoewel het om een verschil van dertig cent ging, voelde ik me toch geroepen mijn jaszakken en tas grondig door te spitten, wat zowaar nog vijf cent opleverde. “Zal ik anders pinnen?” opperde ik. “Ik betaal toch liever het volledige bedrag, beste schoenmaker. Ik wil u niet die dertig cent afhandig maken. ” En dat had ik nou niet moeten zeggen. Razend stortte hij zich op een berg afgetrapte zolen en mij werd op non-verbale wijze te verstaan gegeven dat ik zijn zaak kon verlaten.

Eenmaal buiten, met schoensmeer én hartkloppingen, vroeg ik me af waarom ik het potje niet heel hard naar zijn hoofd had gesmeten, om de man daarna cynisch om vergiffenis te smeken dat ik het had gewaagd met mijn niet afgepaste euro’s over de drempel van zijn zaak te stappen. Schande! Maar ik reageerde me middels een spontane microboycotactie lafhartig af op de eerstvolgende klant. Het was zinloos. Ze ging gewoon naar binnen. Net als alle andere Nederlanders berustend in het besef dat het gedrag van de schoenmaker meer regel dan uitzondering is. We krijgen de ondernemers die we verdienen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten