10.6.09

Julius

door Loor


Telefoontje van tante S. Of ik er op de valreep een oppasvilla bij kan hebben. Nog rustiger en landelijker gelegen dan de andere goddelijke adresjes waar ik vaak (maar helaas nog niet permanent) vertoef. Iets met een riante open haard en een weids uitzicht over bloemenvelden en aangrenzend sprookjesbos. Aan de enige juiste kant van de duinen. Privacy gegarandeerd.

‘Maar, euh, wil je dan, *schrááp!*, ook op teckel Julius passen?’ Aldus tante S., die weet dat ik nogal van de anti-honden-afdeling ben. Vooral als ze om zeven uur ‘s ochtend al hun eerste ronde moeten maken, terwijl ik een uur of elf nou juist een hele christelijke tijd vind om naar buiten te gaan. ‘Hij slaapt heel lang uit. Net als jij! Hij wil alleen maar een paar keer per dag zijn poot optillen en verder in zijn mand liggen, dus een kind kan de was doen.’

Nou ja, en nu zit ik hier met Julius. De teckel. Hij slaapt helemaal niet uit en ik sta gewoon om 7:15 a.m. buiten met meneertje. Met drie zwaar ontregelde fruitvliegjes rond mijn hoofd. Julius wil alleen maar even zijn poot optillen en verder in zijn mand?? Uhuh!

Julius staart me tussen de wandelingetjes door non-stop aan. Met van die vragende bruine kraaloogjes, die een enorm en onverklaarbaar schuldgevoel oproepen. En elke ochtend wordt hij daarin dapper bijgestaan door een vreemd creatuurtje: een dik, klein, uitgebleekt, bijna buitenaards wezentje, met lichtgevend gele ogen. Ik vermoed een afgekeurd prototype van de Jack Russel terriër. Bij wie het starende beest hoort? Geen idee. Hij doemt gewoon elke morgen uit het niets op, om ook weer in het niets te verdwijnen. Of ligt een en ander toch aan het onchristelijke tijdstip en mijn verstoorde remslaap?

Julius loopt ook graag weg. Vér weg. Maar tante S. heeft een grote glimmende hondenpenning laten maken met daarop mijn naam en mobiele nummer. En zo komt het dat ik de afgelopen dagen al best vaak ben gebeld door oplettende en daadkrachtige wandelaars die teckel ‘Loor’ hadden gevonden. Godzijdank.

Ondertussen ben ik stiekem van Julius gaan houden. Ook al ruikt hij echt ontzettend naar hond. Hij heeft van die aandoenlijke X-beentjes als hij rent (lees: laag vliegt) en zijn hoofd is veel te groot. Hij luistert (buiten het weglopen om) uitstekend en heeft van die zorgelijke, bijna menselijke wenkbrauwen. En ja, dán heb je me. Penetrante hondenmeur of niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten