9.6.09

Krijg je niks van!

door Loor


Bacterievrezende mensen zoals ik worden vaak uitgelachen. Door quasi nonchalante krijg-je-heus-niks-van! types. Types die zelf om de haverklap een verkoudheid, ontstoken oog of buikgriep hebben, omdat ze maar één keer per dag hun handen willen wassen. En met die groezelige handen smeren ze brood, snijden ze groenten, vlees en kip en mengen de sla met hun – o, grote gruwelijke afgrijselijke gruwel – blote handen. Want dat doet Jamie Oliver ook, dat met die handen. En alles wat Jamie Oliver doet, is heilig.

Misschien wéét Oliver wat hij doet, en gebruikt hij goede zeep en een nagelborstel en zo, maar anders is het echt een zware misdaad om zo verlekkerd met je handen door een met dressing overgoten salade te woelen!

Met een dergelijk toppunt van gruwelijkheid werd ik vorige week geconfronteerd, toen ik bij een niet nader te noemen bekende van mij te eten was gevraagd. Zij heeft een schoon huis, wast haar handen regelmatig en slooft zich altijd enorm uit op culinair gebied. Enige kritiekloze dankbaarheid is dan wel op zijn plaats, maar ik ben nu eenmaal onverbeterlijk.

Ik zat gezellig (lees: waakzaam) bij haar in de keuken en was dus toeschouwer van het bereidingsproces van het menu dat ik voorgeschoteld zou krijgen. Tevreden zag ik hoe ze steeds weer haar handen afspoelde en ik leunde op een gegeven moment gerustgesteld achterover. Totdat ze de sladressing op smaak ging maken, waarbij ze de lepel die ze gebruikte steeds in haar mond stak om al proevend tot de juiste samenstelling te komen. En toen ging ze met die lepel, die ze voor de zoveelste keer demonstratief af had staan likken, de dressing door de sla mengen. ONZE sla. Ik kreeg het warm. Heel warm.

Nou ja, en toen kon ik me niet meer beheersen en geloof dat ik zelfs even tegen haar heb geschreeuwd. Daarna hield ik een tamelijk lang en saai betoog over kruisbesmetting, waarbij ik haar ter illustratie wees op haar hardnekkige hoestje (en misschien wel meer) dat nu rijkelijk door de sla was geroerd.

Gadverdegadverdamme.

Ze was even helemaal ontredderd. ‘O god, o nee, wat nu?! Wat moeten we nu doen?!’ riep ze in paniek.

Hoe kon ik het toen nog over mijn hart verkrijgen om de salade, waar ze zo veel werk van had gemaakt, niet op te eten? Ik besloot de zaak moedig naar binnen te werken. Zwetend, licht duizelig en met hartkloppingen. Zwarte vlekken voor mijn ogen zag ik ook. Maar toen ging het wel weer, qua sla. Wat ook best hielp, was dat ze er nog een berg ontsmettende uienringen overheen had gesmeten.

‘Ha! Dit was de ultieme therapie voor jouw achterlijke smetvrees, Loor!’ roepen mijn naasten nu (zelf ook van die vunzige lepellikkers), me daarbij inwrijvend dat ik helemaal niet ziek ben geworden. ‘Zie je nou wel? Krijg je niks van!’

Grrrr.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten