3.7.09

Travel light

door Loor


Hij vroeg of ik nog oude kranten had. Voor zijn caviakooi, die hij helemaal zelf ging verschonen.

Ik weet niet precies wat er met me gebeurde, maar ik stond even als aan de grond genageld. En toen wilde ik hem ter plekke in mijn armen sluiten. Of toch op zijn minst samen met hem die kooi verschonen, om hem dan oeverloze verhalen te vertellen over de rij cavia’s die ik als kind versleten heb; cavia’s die stuk voor stuk onder verdachte omstandigheden het leven hebben gelaten. Maar dat gruwelijke detail zou ik hem dan weer besparen.

Na het kortstondige hypnosemoment haastte ik me naar de kelder, mezelf vervloekend, omdat ik vanmiddag heel milieuverantwoord een stapel NRC’s naar de papiercontainer had gebracht. Stom! Altijd rekening houden met cavia’s die in een kakelverse bak het weekend in moeten. En met hun adorabele baasjes. Gelukkig vond ik nog drie kranten onder een berg aardappels. Opluchting!

Verlegen nam hij de kranten in ontvangst en onderging gelaten het hyperenthousiaste kruisverhoor dat ik in de kelder had bedacht om hem aan de praat te houden. Een kruisverhoor dat uiteindelijk een tamelijk kort gesprek werd. Met nog kortere, zeer gesloten antwoorden:

‘Kijk eens! Drie kranten!”

‘Bedankt.’

‘Hoeveel cavia’s heb je dan?’

‘Eentje.’

‘Eén? Wow! Wat ont-zet-tend geweldig! Hoe heet hij?’

‘Kuifje.’

‘Kuifje?! Neeee! Wat ont-zet-tend goed! Wat origineel ook! Heeft ie lang of kort haar? Of van dat gezellige borstelhaar?’

‘Lang haar.’

‘Oké, oké. Gaaf! Dan moet je hem zeker heel vaak kammen?’

‘Ja.’

‘Waar woon je eigenlijk? ‘

‘Hier. Recht. Tegenover.’

‘Ach nee, in dat enige huis?! Dat wist ik niet. Ik ben bij dezen je tijdelijke overbuurvrouw, want oppasvilla en bladibladibla!’

‘O, oké.’

‘Enne… eh... nou… ik zal vanaf nu ALLE kranten goed bewaren, mocht je ze nog eens nodig hebben.’

‘Oké.’

‘Oké. Succes met verschonen! Een lastig karwei!’

‘... bdnkt.’

‘Nou daaaag! Succes dus, hè!’

‘Doei.’

En daar ging hij, met de drie vergeelde kranten onder zijn arm. Mijn tijdelijke overbuurman. Hooguit twaalf jaar oud. Donkerbruine ogen en warrig, halflang haar dat nu zo ‘in’ is. Hij deed me een beetje denken aan mezelf op die leeftijd. Een beetje boel. En Kuifje deed me denken aan één van de tig cavia’s die ik er dus als kind doorheen heb gejaagd; die heette namelijk ook Kuifje. Geloof ik. Zou echt zomaar kunnen.

Om een lang verhaal kort te maken: Enige droefheid laat zich sinds zijn vertrek richting caviahok maar moeilijk op afstand houden.

Het valt (aan mezelf) lastig uit te leggen wat er door me heen schoot toen ik vanavond de deur opende en hem zag staan: Klein, stoer, maar ook verlegen. Zielsveel houdend van zijn Kuifje. Het waren gedachten als: ‘Als ik rond mijn dertigste een kind had gekregen, dan…’ Maar dan weer niet zo clichématig en zeker niet zo letterlijk.

Die gedachten... ik dacht dat ik ze kwijt was. Ze halen me sinds een paar dagen weer in. Vreemd.

Hoe dan ook, het joch raakte me. Met zijn Kuifje. Ik besefte na het sluiten van de deur dat ik niemand heb om tegen te schreeuwen dat hij toch echt zélf het caviahok moet verschonen, omdat hij zo nodig een cavia zou en moest. En dat hij daarna meteen naar bed moet. Zeg! Niemand om naar de tijdelijke overbuurvrouw te sturen voor een paar oude kranten. Niemand die ik iedere dag als vanzelfsprekend om mij heen heb, zoals al die zuchtende moeders die vaak jaloers naar mijn vrijgevochten verhalen luisteren.

Ach, mijn leven is inderdaad verdomd overzichtelijk. Avontuurlijk, ook. Een beetje verhuizen van oppasvilla naar oppasvilla, met niet veel meer dan een laptop, een paar mooie boeken en een steiltang als bagage. Nou ja, én een geheim zwart boekje. Alles onder het motto ‘travel light en in godsnaam geen gezeur.’ Maar nu vind ik daar heel even geen zak meer aan. Nu wil ik simpelweg caviahokken verschonen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen