1.11.09

Prikmeisjes

door Loor


De jaarlijkse griepprik is weer binnen en het behoeft zo langzamerhand geen uitleg meer dat iemand als ik de prikdatum al ver van tevoren in haar agenda heeft staan, en tot die tijd - ergens vanaf september, als het eerste gehoest en gesnotter weer begint - het liefst in een steriele plastic bubbel leeft. Niet haalbaar, natuurlijk, maar op mijn manier doe ik stiekem wel aan vermijdingsgedrag, waarover op een ander moment meer.

Dit jaar was mijn huisarts laat met zijn oproep. Er moest nog iets ‘essentieels’ aan de antigriepcocktail van 2008 worden toegevoegd. Iets wat ervoor zorgt dat de ultrahoogbejaarden - én Loor - het er deze winter weer levend vanaf brengen. En ja, dan is één en één twee. Een agressief en dodelijk griepvirus is onderweg. Tijd voor maatregelen dus.

Tot mijn tanden gewapend met de nodige hoeveelheden echinacea, vitamine C en andere dure wonderkorrels, turfde ik de dagen in mijn agenda af tot ik op het prikspreekuur mocht komen. Nu hield mijn huisarts doorgaans wel rekening met mijn argwanende aard en zette de spuit ieder jaar hoogstpersoonlijk in mijn arm. Maar deze keer, o gruwel, stonden er drie piepjonge prikmeisjes klaar om de lange rij wachtenden weg te werken. Bij het noemen van mijn achternaam werd ik door een van deze meisjes weggevoerd naar de behandelruimte, terwijl ik vragend naar mijn huisarts keek of dit geen vergissing was. Hij keek niet terug.

Het prikmeisje, in mijn ogen niet ouder dan een jaar of vijftien, lachte me bemoedigend toe, terwijl ze de spuit uit het doosje haalde. Omslachtig spiedend zag ik dat er iets met Influenza op de verpakking stond, dus die eerste zorg viel weg. En toen ging ik nog heel lang nadenken of ik mijn linker- dan wel rechterarm zou ‘opofferen’. Maar eigenlijk wilde ik haar vragen of ze wel de gerechtigde leeftijd had om naalden in andermans lichaam te steken en of ze überhaupt wel wist wat ze aan het doen was.

Om een lang verhaal kort te maken: er was geen ontsnappen aan en de injectie werd gegeven door het onverstoorbare meisje. En natuurlijk ging het mis. De helft van het vaccin liep langs mijn arm. Echt waar. Nou ja, een paar druppels. Maar dat had ik nog nooit meegemaakt. Het meisje probeerde me ervan te overtuigen dat ze wist wat ze deed en dat dit wel vaker gebeurt. En ik probeerde neutraal te blijven kijken, maar was inmiddels bijna overspannen.

Nadat ik een tweede griepprik had geëist (ja, u leest het goed), had het nog heel wat voeten in de aarde voordat ik enigszins gerust was gesteld door ongeveer iedere medewerker van de huisartsenpraktijk. Er zit genoeg vaccin in mijn lijf om de allesverwoestende griepgolf die onderweg is op te vangen. Right.

In volle vaart reed ik na deze anticlimax richting apotheek, om daar een zoveelste voorraad weerstandverhogende placebo’s in te slaan. Dat ik daarbij af en toe toch nog door groen reed, was louter toeval.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen