1.3.10

Val

door Loor


Niet alleen het kabinet viel vannacht, maar ook ik. Ik viel, ik brak, ik sneuvelde; had al het vertrouwen in mezelf opgezegd. En niemand die dat groot nieuws vindt.

Een gejaagde nacht, waarin ik werd geplaagd door niet te sturen sombere dromen over datgene wat stilaan voltooid verleden tijd zou moeten zijn, dreef me in alle vroegte met Julius ons zonovergoten bos in. Het was er volmaakt kalm, trof er slechts door lentegevoel bevangen vogels die me toezongen en wist me omringd door de eerste voorzichtige warme stralen. Alsof ze het wisten, de vogels en de zon. Alsof ze voorbereid waren geweest op mijn verslagen komst.

In een van de door ochtenddauw gefilterde stralen bleef ik staan. Ik warmde me, luisterde naar het jaloers stemmende zorgeloze gezang, de tijdloze wind. Aanvankelijk blanco, voor een kort moment niet gekweld door vragen waarop geen antwoord gaat komen, vrij van herinneringen en Julius spelend rond mijn benen. De tijd mocht voor altijd stil blijven staan.

De tijd. Niet mijn beste vriend, want hij haalt me voortdurend genadeloos in. Zegt me hem niet meer te verspillen. Maar hij was vanmorgen mild gestemd en gaf me voor een keer een paar van zijn kostbaarste, traagste minuten. Hij gaf me de ruimte om op deze toverachtige plek ongestoord toe te geven aan tranen die uit mijn gesloten ogen wilden rollen. Aangemoedigd door de toezegging die haast grijpbaar in de lucht hangt, maar waar ik niet bij kan zolang ik keer op keer de herinnering toesta het hier en nu te veroveren.

It ought to be easy ought to be simple enough
Man meets woman and they fall in love
But the house is haunted and the ride gets rough


(Bruce Springsteen, Tunnel of Love)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen