2.10.12

James

door Loor


Eigenlijk hadden mijn vrienden de natuur haar werk moeten laten doen, en het beestje moeten laten zitten waar ze het gisteren hadden aangetroffen, maar hun zoontje (7) stond erop dit verlaten, ja, wellicht tragisch verstoten diertje mee naar huis te nemen, en het met bovenmenselijke inspanning te redden van een in tweede instantie genadige dood.

Zo kwam het dat ik, oppastante Loor, me na deze ferme mededeling een hele zaterdagavond verloor in babymuis James en de wereld der gevonden babymuizen op het wereldwijde web.

Gedecideerd werkte ik mijn vrienden de deur uit, plantte het zoontje en zijn zus op de bank en stortte me vol overgave op het bibberende schepseltje, dat volgens de vrienden tot de leukste tamme wilde muis ooit zou uitgroeien. Maar zij houden ook al jaren heel veel guppy's in een veel te smalle siervaas, dus werd het tijd om een daad te stellen.

Na gebeld te hebben met de dierenambulance (de dienstdoende dame kon nog net haar lachen houden), prepareerde ik zo goed en zo kwaad als het ging een knusse kooi, met daarin een surrogaat moedermuis in de vorm van een pluchen olifantje. En warempel, het microscopisch kleine muisje nestelde zich tegen de ooit felgekleurde zachtheid, en viel in slaap. Mijn hart brak. Want ik besefte dat hij honger had, zijn moeder zocht, langzamer zou sterven dan wanneer hij die middag op dat bewuste fietspad over het hoofd was gezien.

Het werd een avond babysitten zoals ik die niet eerder beleefde. Het zoontje, de vinder van het beklagenswaardige muisje, had ik buitenspel gezet. Samen met zijn zus keek hij vanaf een door mij aangegeven veilige afstand toe hoe ik aan het redderen was geslagen. Op een gegeven moment dropen ze zelf maar af naar boven, verbijsterd als ze waren dat ik ze daar niet al vijf keer toe had gemaand. Babymuis James eiste al mijn aandacht op. Ik had een missie.

En als je dan ‘babymuis gevonden’ intikt op Google, gaat er een wereld voor je open. Je dwaalt over fora over alles wat knaagt, en treft er hartverscheurende verhalen over talloze andere gevonden babymuizen, die het ondanks de aandoenlijke inzet van de vinders niet hebben gered.

Zo was er op een van de fora, ik meen op Knaagdieren.nl, een noodkreet te vinden van iemand die twee babyveldmuisjes op zolder had gevonden en zich nu geen raad wist. Ze doden was geen optie, ze grootbrengen een levensopdracht.

Opvallend op deze fora is de aanwezigheid van slangen- en reptielenhouders. Of juist niet opvallend. Ze denken in ieder geval enthousiast mee met de vinders in gewetensnood. Ook in het geval van de twee gevonden babyveldmuisjes: ‘Zeg, ik heb er wel verstand van. Wil die babymuisjes wel komen halen, hoor! Geen probleem om van Veenendaal even naar Egmond te rijden!’ Maar er werden ook minder subtiele oplossingen geboden: ‘Stop ze in een zak, en sla die tegen de muur.’ Of: ‘Leg ze voor je auto en rij even voor- en achteruit.’ Of: ‘In de kroeg op de hoek wil vast iemand wel hun nekjes omdraaien. Véél humaner!’ Of: ‘Leg ze in de vriezer. Dan gaan ze in een winterslaap en sterven ze een zachte dood.’ Dit laatste is overigens ontzettend niet waar, heb ik gisteravond geleerd via Knaagdieren.nl.

Uiteindelijk, na tientallen jammerende berichtjes van de vinder, biechtte hij op dat hij, ten einde raad als hij was, de muisjes uit hun uitzichtloze lijden had verlost: ‘Ik heb twee keer een bloempot op ze gegooid! Hun achterlijfjes zijn helemaal plat en vermorzeld, hun kopjes nog intact. Maar ze reageren nergens meer op! Wat denken jullie???’ Enfin.

Babymuis James verbleef, na een verwoede maar mislukte poging mijnerzijds hem van een theelepeltje water te laten drinken, nog even in het holletje van mijn hand. Het kriebelde, ik voelde zijn trillende lijfje, zijn duwende pootjes, zijn zoektocht naar de melk van zijn moeder, die hij meende te herkennen in de warmte van mijn voorzichtige handen. Hevig slikkend plaatste ik hem terug in de kooi, waar hij zich klein en verloren opkrulde en weer in slaap viel.

Mijn vrienden troffen vannacht bij thuiskomst een lijkbleke en aangeslagen oppastante Loor aan. En een A4-tje vol nummers en adressen van belangwekkende dierenasiels, alle dierenambulances in heel Noord-Holland en gerenommeerde vogelopvangcentra (ik: ‘Daar vangen ze tenslotte ook egels op!’). Maar de mannelijke helft van het bevriende stel begon alweer te modderen met het theelepeltje water, en zag het gespartel van James aan voor geestdriftig water scheppende pootjes. En daar spatte ook het laatste stukje van mijn hart uiteen.

Arme James. Waarschijnlijk zat zijn moeder gisteren in de struiken gewoon te wachten tot de kust veilig was en had ze hem van het fietspad willen plukken. Het goedbedoelende lot besliste anders.

* Wegens bijna-Dierendag weer bovenaan geplaatst. Ik doneer deze week. U?

5 opmerkingen:

  1. Tjee, prachtig! Zat echt te lezen met wolkjes boven mijn hoofd die riepen: "Loor, pak de pipet van de neusdruppels en doe daar melk in!!!!!"... Jammer dat ik er niet bij was want ik voel me net zo gemotiveerd tot 't redden van "James" als jij!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat schrijf je zo'n muizenis toch leuk op, Loor.

    Gideon

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Tijdje terug - gedurende een strenge winter - een veldmuis levend gevangen op zolder. Muis met val en al in de auto, 3 km verderop losgelaten bij een schoolgebouw in de ijskoude sneeuw. Ik zag het schepseltje moeizaam van mij af bewegen door de sneeuw en barre kou. Met zeer gemengde gevoelens stapte ik in de auto en reed weg.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. jij schrijft, ik kijk en lees.

    leuke stukjes!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. De grote kracht van Loor is hoe ze van een muis een olifant van een verhaal kan maken.

    BeantwoordenVerwijderen