8.10.10

Lees de koran zoals ik hem lees of ik sleep je voor de rechter

door Hafid Bouazza


Er zijn momenten dat ik niet weet of ik moet lachen of mezelf opknopen. Dit lijkt misschien extreem en geen dilemma, maar als u de oplossing weet dan begrijpt u mij beter: ik lach me dan gewoon dood. Al erger ik mij eerlijk gezegd dood.

Uiteraard volg ik het proces tegen Geert Wilders. Er zijn spannende momenten langsgekomen, ook al lijkt het geheel soms geregisseerd door Andrej Tarkovski in slowmotion. (Geen kwaad woord over deze meesterregisseur, trouwens). Het wrakingverzoek was wat men noemt een plotwending. Gelukkig was de uitspraak van de wrakingkamer pas om twee uur ’s middags, zodat ik nog tot laat kon opblijven.

Voor de tweede zittingsdag heb ik echter de nacht daarvoor een slaappil genomen om vroeg in te kunnen slapen. Wat mij in het algemeen fascineert aan de rechtsgang (niet dat ik er graag betrokken bij wil zijn) is het archaïsme dat zij uitstraalt. Het voert mij terug naar de 18de en de 19de eeuw. Het is een literaire aangelegenheid. Van Apuleius (ca. 125-180), de schrijver van de verlokkelijke schelmenroman De gouden ezel, is zijn pleidooi tegen de beschuldiging van magie overgeleverd en het levert hoogwaardige literatuur op. Emile Zola’s j’Accuse hoef ik nauwelijks te noemen, maar ik doe het toch omdat ik het beter vind dan enig van zijn boeken die ik gelezen heb. Dan hebben we nog Shakespeares monologen (bekendste is natuurlijk in Julius Caesar), om maar over de vele Amerikaane rechtbankdrama’s maar te zwijgen. Zie bijvoorbeeld het eindplooi van de advocaat in A time to kill (1996).

Retoriek was echter alles bij deze en andere schrijvers. In het proces tegen Geert Wilders gaat het echter om grammaticale definitie. En dat bewees mr. Moszkowicz door te wijzen op de ‘ongelukkig geformuleerde zin’ die rechter Moors uitsprak. De raadsman had gelijk. Taal is er om nauwkeurig te worden gebruikt, zeker tijdens zulke formele gelegenheden en er zou dan geen gelegenheid moeten zijn voor connotatieve of achteraf verontschuldigende relativeringen.

Refererend aan wat de media over Wilders schreven dat hij goed was in het poneren van stellingen en het ontwijken van discussie (alsof dit land niet ten onder gaat aan discussie) voegde de rechter eraan toe: ‘het lijkt er een beetje op dat u dat nu weer doet'. Dat ‘nu weer’ duidt erop dat hij er al vanuit is gegaan dat wat er over Wilders wordt beweerd al bij voorbaat klopt. Mijns inziens gaat het – grammaticaal gesproken – echter over het gebruik van het werkwoord ‘lijkt’. Moors had ‘schijnt’ moeten gebruiken, maar toch… het viel me op dat de wrakingkamer zich niet op dit woord had vastgebeten. Belastender is natuurlijk het woord ‘weer’. Taal is prachtig en complex en kwetsbaar. Maar onder andere in een rechtszaak, denk ik, wel de enige mogelijkheid tot objectiviteit. Advocaten zouden goede redacteuren zijn – of critici. Dit verdient alleen stukken en stukken minder.

Waarom ik hierover begin is omdat mijn tenen kromden, mijn wenkbrauwen naar mijn kruin emigreerden, mijn ogen Manga-proporties aannamen toen ik de rechter de aangiftes hoorde voorlezen. Ik zal de verongelijktheid van de moslim-aanklagers laten voor wat zij is, want deze verongelijktheid kennen we maar al te goed – zij is als de bult van de dromedaris – en wat dat betreft zouden de verongelijkten Wilders dankbaar moeten zijn anders zouden ze niks hebben om verongelijkt over te zijn. Dan moet men zelf iets bedenken en dat is keihard werken. Denk aan het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN) dat nu een beroep doet op de ‘liefdadigheid en barmhartigheid’ van de christendemocratische waarden. Dit kan ik mij voorstellen. Illegalen, daklozen, asielzoekers worden ontvangen door de kerk – geen enkele moskee ontvangt deze verschoppelingen. En Allah is nog wel zo barmhartig (op één hoofdstuk na in de koran, blijkbaar had hij er ook genoeg van).

Klagen is makkelijker dan de hand in eigen boezem steken. (Er is geen buidel daar.) En het moet gezegd dat de Nederlandse regering deze houding al te lang en al te gemakkelijk heeft gemaakt. Ik geloof dat het historische schuldbesef (kolonialisme, WOII) al lang heeft plaats gemaakt voor – nee, niet angst, maar lafheid. Als de islam doet wat de islam in mijn ogen aan het doen is, namelijk de bases van de democratie bestrijden en bestoken, dan zal dezelfde democratie moeten beseffen dat (beseffen en zich niet afvragen of) haar intrinsieke waarden niet voor niets zijn behaald en dat deze superieure waarden niet zonder strijd zijn bereikt. Sterker nog: zonder dezelfde democratische verworvenheden zouden de bekende schreeuwers niet kunnen schreeuwen. Noch verongelijkt zijn waar geen reden tot verongelijktheid is. Dit is de houding van het roofdier dat zich voordoet als een prooi.

Waarom wordt de halsstarrigheid van moslims gezien als trouw aan een religie, maar verdediging van Westerse waarden als extreemrechts of racistisch?

De opmerking van Hans Jansen tijdens zijn verhoor dat het bevreemdend is dat de rechtbank zich bezig houdt met de exegese van de koran is raak. Die zit. Bevreemdender vind ik het echter dat de aangiften niet op al dan niet historische feiten zijn gecontroleerd. Want om de vage, ‘emotionele’ oorzaken voor de aangiftes, probeerde een enkeling ‘feiten’ te presenteren. Waar de aangiften op neerkomen is dit: ‘de koran en islam betekenen voor mij iets anders dan de interpretatie van Wilders en vele anderen en dat mag niet, want dat kwetst mij en daarom zaait Wilders haat.’ Het causale verband hierin ontgaat mij. Met andere woorden: lees de koran zoals ik hem lees of ik sleep je voor de rechter. Ik ben een moslim en dientengevolge vredelievend, daarom bestrijd ik u. ‘Ik leef volgens de regels van de koran en ik vorm geen bedreiging. Daarom doe ik aangifte.’ Groucho Marx, waar bent u?

En wat historische feiten betreft: iemand, een Marokkaan, heeft echt erop gewezen dat Marokkanen tijdens WOII gestorven zijn voor de ‘vrijheid van Europa’. (Daarom voetbalden blagen met kransen tijdens Dodenherdeking: Marokkanen zijn wat uitbundiger in het feestvieren.) Waarom geen onderzoek naar de historische feitelijkheid van deze bewering? We weten al een tijdje dat Marokkanen Nederland hebben bevrijd, maar nu geheel Europa? Geert Mak, kom er maar in.

Waarom wordt zo vaak gevraagd om dankbaarheid voor en erkenning van zaken van eeuwen geleden en woedend gereageerd op het huidige failliet? Wat steeds wordt vergeten, is dat de teksten van de Griekse filosofen en wetenschappers toentertijd (‘Er was eens…’) niet door moslims, maar door christenen zijn vertaald.

Al die ‘zich Nederlands voelende allochtonen’ ten spijt, die opkomen voor hun ‘trotse afkomst’ (al weet ik niet hoe je trots kunt zijn op iets wat geen eigen verdienste is); niet zij zijn slachtoffer, hoe lief zij die situatie ook hebben – het is Nederland dat in de goot ligt. Hoe treurig is dit alles.

Hafid Bouazza (1970) is schrijver en essayist. Hij publiceerde eerder onder meer De voeten van Abdullah (E. du Perronprijs 1996), Momo, Een beer in bontjas (Boekenweekgeschenk 2001), Salomon, Paravion (De Gouden Uil 2004), Spotvogel (2009) en Heidense Vreugde (2011). Daarnaast vertaalt hij poëzie en schreef hij toneelstukken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen