29.1.11

Harry

door Loor


Bijna was ik de perfecte vrouw geweest, die tijdens een literaire avond in het kunstenaarsdorp Ruigoord zomaar haar entree maakte. Uit het niets, nieuw bloed, nieuw vrouwenvlees. En hoe exotisch van uiterlijk.

Ik was per direct de zijne, maar hij zou me voor de vorm nog wat tegengas laten geven. Ja, zo had hij het bedacht en zo zou het gaan. Hij vuurde talloze vragen op me af, maar beantwoordde ze nog voor ik mijn mond open kon doen. De zelfbenoemde erudiet had me immers al helemaal goed ingeschat, met zijn levenswijsheid en mensenkennis en opvallend verzorgde onverzorgdheid. Een bohémien die niets aan het toeval overliet.

Zijn vragen, die eigenlijk vaststellingen waren – “Néé, niks zeggen! Laat me raden!” – hoefde ik alleen maar te bevestigen. Om me tenslotte ademloos, willoos, oeverloos aan zijn voeten te werpen. En zag ik de treffende gelijkenis met de jonge Harry Mulisch dan niet? Nou?!

Hij bekeek me van alle kanten en zag in mijn geamuseerde blik een aanmoediging vooral door te gaan met zijn niet te weerleggen hypothesen over Mijn Persoon. Ik zei geen ja, ik zei geen nee. Tot de grote slotvraag kwam. Hij sloot zijn ogen, ademde diep in, opende zijn ogen weer, keek me doordringend aan en zei: ‘Vertel het me. Uit welk wonderschoon oord kom je, Lorraine? Jordanië, Egypte? Nee! Wacht! Libanon! Jaaa, Li-ba-non!’ En hij sloot zijn ogen weer. Op de Grote Slotvraag was maar één antwoord mogelijk. “O Scheherazade, laat me niet langer in spanning. Vertel het me. NU!”

“Mijn vader komt uit Israël, Harry.”

Harry zweeg. Harry werd bleek. Harry keek schichtig over zijn schouder. Wat moest hij nu doen, net nu hij lekker veel publiek om zich heen had verzameld terwijl hij zijn woestijnprinses genadeloos van haar sokken stond te blazen? Hij tuurde wanhopig langs me heen en ik zag zijn adamsappel hevig op en neer rollen. Ik wachtte rustig af, bleef geamuseerd kijken. Maar Harry kon het niet. Hij.Kon.Het.Gewoon.Niet.

Arme Harry. Had zijn oog laten vallen op de antichrist, een Jodin, een trotse dochter van Israël. En zie haar desondanks eens stralen!

‘Ik, lieve Lorraine, ik, nou ja… heb geen oordeel. Nee, ik heb geen oordeel...’ kraste Harry uiteindelijk. Hij onderzocht minutieus de bodem van zijn glas, staarde nog wat in het luchtledige, om daarna voorgoed in zichzelf te keren. Zwijgend maakte hij me duidelijk dat ik weer vrij was. Niet langer de zijne. Niet langer van Harry en zijn feilloze waarnemingen.

3 opmerkingen:

  1. Voor dames die een vervelende kwast willen afwimpelen, probeer eens:
    "Mijn vader komt uit Israël."

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mijn dochters zeggen hier vaak: mijn vader komt uit Nederland...en worden dan uitgelachen....
    Mooi verhaal...zoals gewoonlijk!

    BeantwoordenVerwijderen