12.4.11

Ceci n'est pas un rêve

door Loor


Het zijn de ogenschijnlijk kleine gebaren die me stil maken. Steeds stiller. Slechts fluisteringen zijn toegestaan.
Opdat ik niet ruw zal hoeven ontwaken uit de droom waarin een belangrijk deel van ooit verloren onbevangenheid voor me bewaard is gebleven en ik het leven voortzet zoals het was voordat deceptie en lijden hun destructieve intrede deden. Een droom, een parallelle wereld, in welke ik niet meer veroordeeld ben tot cynisme en bezwerende rituelen, vrij kan zijn, en waar een hand krachtig en uitnodigend naar me wordt uitgestoken. Om de mijne volmondig vast te pakken, keer op keer zacht te knijpen, ten teken dat ik doordrongen mag zijn van de zuiverheid van ons. Als een kompas dat mij aanwijst hoe ver mijn gefragmenteerd verleden van deze volle waarachtigheid was verwijderd. Gebruikte jaren en dwaaltochten ver van wat geen droom belooft te zijn, maar een wezenlijke wereld. Als ik in die werkelijkheid zijn hand aanvaard, het voorbije loslaat en hem mijn innerlijk leven durf prijs te geven, in de wetenschap dat een blijvend, oprecht geliefd-worden mijn deel zal zijn, is mijn diepste verlangen om echt te beminnen en bemind te zijn toch in vervulling gegaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten