1.5.11

Het weerzinwekkend proselitisch handelen van Yasmina E.

door Hafid Bouazza


Denken dat langs de dood schuren – ook ongewild – een angst teweegbrengt die een geloof in een Opperwezen met zich meebrengt, is goed nieuws voor wie in een Opperwezen gelooft en verder niks beters te doen heeft.
Het doet mij denken aan kinderen die elkaar nat spetteren in een zwembad; aan het kind dat op het bulderende strand een schelp tegen zijn oor houdt en roept: 'Ik hoor de zee ruisen!' Want besef van sterfelijkheid is altijd, in een of andere vorm, aanwezig. Een, laat ik het zo noemen, ferme herinnering of vermaning van zeis en kovel, die niet altijd pijnlijk hoeft te zijn, maar een sensuele verglijding kan zijn, leidt niet per se tot angst of wanhoop. De tweeling waarop religieuze ankers of kurken drijven.

Dat een mens door andere intuïties gedreven kan worden blijkt voor sommige halsstarrige gelovigen maar ongeloofwaardig te zijn. Ze kunnen het zich niet voorstellen. Wat te denken van het weerzinwekkend proselitisch handelen van ene Yasmina E. tijdens de slachting in Alphen aan de Rijn?

Het is toepasselijk dat slechts de beginletter van de achternaam van deze mevrouw wordt gegeven, want deze zottin is een crimineel, weliswaar een godsdienstwaanzinnige crimineel, maar een crimineel desalniettemin. Als een crimineel wordt gekenmerkt door een totaal gebrek aan empathie, dan voldoet zij aan de omschrijving die ik haar geef. Gewapend met een bijna seksuele hoop haar Allah in het paradijs te ontmoeten liep zij (doem-doem; doem-doem) op de gewonden en zieltogenden van de schietpartij af om ze de islamitische geloofsbelijdenis (shahada) te laten uitspreken voordat zij de geest gaven. 'Opdat ze gered zouden zijn, en van de Rahmah (Barmhartigheid) van Allah konden profiteren.' En direct in het paradijs geprojecteerd worden, dat moge duidelijk zijn. Want 'de islam is datgene wat het mooiste is dat er is' [sic en krijg ook maar een sik], maar we willen er graag iets voor terug.

Laat dit eens rustig – als u rustig kunt blijven, ik niet – op u inwerken, want het wordt alleen maar erger, voor zover mogelijk: 'Ik ben al jaren bezig met het verrichten van Da’wah en ik ben blij dat ook deze schietpartij zich heeft kunnen uiten als een vorm van Da’wah.' Da’wah is niks anders dan de islamitische vorm van missionariswerk. Moslims beginnen al te mekkeren als het verdoofd slachten van de veestapel te berde wordt gebracht, maar mensen, bloedend wellicht in hun laatste uur worden gezien als offertjes die te winnen zijn voor da’wah? Is dit wat er verstaan wordt onder de barmhartigheid van Allah en zijn legospeeltje de islam? Is dit medemenselijkheid? Wie levensbeademing of in elk geval even een tast van leven ('houd mijn hand vast') nodig heeft, krijgt Allah en zijn schandknaapje Mohammed voorgeschoteld?

En het gaat nog verder. 'Het enige waar ik daadwerkelijk mee zit, zijn de twee vrouwen die ik heb geprobeerd te helpen. Die zijn uiteindelijk overleden. Maar op het moment dat ik bij ze was, leefden ze nog.' Natuurlijk hebben ze het niet overleefd: ik zou dit zelfs levend niet hebben overleefd. Elk mens met een hart begraven ergens in zijn lichaam zou zich hiervan rot schrikken en zelfs enige schuld gevoelen, maar niet onze islamitische trol, die vindt het alleen jammer dat ze de geloofsbelijdenis niet hebben kunnen uitspreken.

Alsof dit niet genoeg, alsof het niet genoeg is dat die arme mensen in hun laatste uren de heks van hun kindertijd, de boeman van slapeloze nachten uit kast en onder bed op zich af zagen lopen, bestaat de interviewer het om te vragen: 'Klopt het dat er iemand was die niet geholpen wilde worden?' O Allah! Mijn baardharen ruk ik af en strooi as op mijn hoofd om deze dwalende die zelfs in zijn doodsuur Uwe Genadige Stem niet wilde horen!

Maar wacht even, er zijn verzachtende omstandigheden: 'De jongen was in shock.' Aha. Oké. Begrijpelijk. Maar hij zat wel op het randje. Voortaan beter.

Heeft de politie haar gearresteerd? Hebben ze haar in een dwangbuis gestopt en haar op haar bezemsteel vervoerd naar de wilde krochten en oorden van persistente nachtmerries waar ze vandaan komt, waar ze thuishoort en thuis dient te blijven? Hebben ze haar terecht gewezen; een opgeheven vinger maar, foei, dat is niet zo netjes mevrouw, gaat u maar weer zitten? Hebben ze haar psychische hulp aangeboden of hebben ze haar aangeboden haar hersenkwabben na te kijken en eventueel de kwab waar empathie wordt gegenereerd te implanteren (gratis en voor niks, wordt voor moslims als zij gedekt door de verzekering)? Nee, de ambulancebroeders en de politie lieten haar haar gang gaan. Echt waar. Zegt ze zelf. Kan de politie haar niet alsnog arresteren voor harteloosheid - nee, voor haar geuite blijdschap om deze schietpartij die zich voor haar als een Jamin-uitverkoop ontpopte voor haar da’wah-werk?

In islamitische landen worden priesters in het gunstigste geval uitgezet als ze beticht worden van proselitisme. In Nederland hebben wij zulke straffen niet, laat staan dat bekeringswerk strafbaar is. Zo waanzinnig zijn wij hier niet. Wij zijn zelfs beschaafd. Maar toch… Zachtaardig als ik ben zou ik het niet erg vinden als dit monster onverdoofd een bastonnade zou krijgen, terwijl een priester haar de liefde van Jezus bijbrengt. Voor deze ene keer.

Hafid Bouazza (1970) heeft in de afgelopen vijftien jaar aan tal van kranten en tijd­schriften bijdragen geleverd die voor ophef zorgden, reacties uitlokten en bovenal aantoonden dat Bouazza een van de grote schrijvers van onze tijd is. Bouazza publiceerde eerder De voeten van Abdullah (E. du Perronprijs 1996), Momo, Een beer in bontjas, Salomon, Paravion (De Gouden Uil 2004), Spotvogel en Heidense Vreugde. Ook is hij samensteller-vertaler van de Arabische Bibliotheek en vertaalde hij Shakespeares Othello en Het temmen van een feeks. Het weerzinwekkend proselitisch handelen van Yasmina E. verscheen op 22 april jl. in de papieren editie van NRC Handelsblad. Bouazza's columns verschijnen tweewekelijks (op vrijdag).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen