6.6.11

Vanbinnen

door Loor


Het gebeurt op gezette tijden dat het tot me doordringt dat het altijd zo zal zijn als het nu is. Bijvoorbeeld bij het krijgen van de jaarlijkse kerstkaart van Amerikaanse zus A., waarop vijf stralende gezichten me toelachen, steeds weer in een hilarische setting, vastgelegd op dat ene moment waarop A. al weet dat dit ‘hem’ gaat worden: de kerstkaart die alle andere kerstkaarten overbodig maakt.
In mijn geval is dat ook wel een beetje zo. De kaart is in alles picture perfect, picture happiness. Nou ja, voor wat betreft mijn visie op perfect en happiness, als ik hetzelfde had verlangd als zus A.

Laatst belden vier van de vijf me vanuit de auto, zongen via de intercom giechelend een Hollands verjaardagsliedje, met zwaar Amerikaans accent. Ik slikte dapper, hoorde – o, gruwel – de baard in de keel van de twee oudsten, hun schrapende en raspende ‘we all miss you, Loor!’ aan het eind van het gezang en daaropvolgend opgewekt, onderling gekwetter, want vrolijk onderweg naar alweer een honkbalwedstrijd, een zwemles, een eigen paard dat verzorgd moet worden. En de overweldigende stilte toen de verbinding uiteindelijk werd verbroken.

Hetzelfde bij het binnenvallen in het huis van zus J., waar alles is gevuld met plezier, georganiseerde chaos, op mijn lachspieren werkend gekibbel en vooral warmte en ‘samen’, veroorzaakt en meegebracht door nichtje H. (3), die altijd als eerste (geweld is daarbij geoorloofd) bij de voordeur wil zijn om die omstandig voor me open te maken, neefje D. (8), met zijn immer grommende, nauwelijks hoorbare ‘hallo tante Loor’ (maar die vanuit twinkelende ooghoeken laat merken dat hij het ‘vet’ vindt dat ik er ben) en natuurlijk door nichtje E. (13), die mij onverbiddelijk tot persona non grata verklaart als ik te weinig langskom. Ik hoor bij ze, is de boodschap, heb hun onvoorwaardelijke vertrouwen en vriendschap, mis ze evenzeer als ik niet genoeg tijd heb om ze te zien.

Zoals nu, sinds ik de liefde heb begroet en die liefde mij met regelmaat fluitend naar een stad ver van mijn kant van de duinen doet rijden. Een huissleutel werd er overhandigd, een nieuw, deeltijds thuis gecreëerd. En daar, rond dat deeltijdse thuis, tref ik zo nu en dan nog een paar bijzondere kinderen. Zijn kinderen. Krachtige sterren voor hij met alle toewijding zo’n veilig en liefderijke basis schept dat ik alleen al daarom niet niet van hem kan houden.

Ja, het gebeurt op die gezette tijden dat het half en onnatuurlijk voelt dat ik alleen mezelf te ‘presenteren’ heb, en niet de zoveel rijker lijkende levendigheid die mijn dierbaren en geliefde omringt. Dat ik me afvraag waarom ik niet heb gedaan wat zo velen wel deden. Dat mijn onomkeerbare beslissing als een koude hand om mijn hart grijpt. Dan bezie ik de ongebondenheid en rust die ik zo voorsta even met andere ogen en lijkt travelling light ineen een volstrekt bespottelijk levensmotto.

Maar het is niet erg. Het besef duurt inderdaad maar even en wordt niet eens snel weer verdrongen. Het mag er zijn. Mijn leven zoals het is, een venster naar de vrijheid volgens sommigen, is goed zo, en dat besef ik ook. Keuzes werden niet zomaar gemaakt, de verkozen overzichtelijkheid niet voor niks omarmd.

Heimelijk, en ook niet zo heimelijk – al had ik dus heimelijk best eens een kerstkaart willen delen met op mij lijkende brutale gezichten –, ben ik op deze manier, en zeker nu, met hem, domweg gelukkig. En dat is, wederom, best een column waard.

2 opmerkingen:

  1. Wat heerlijk dat de liefde op je pad is gekomen. Zijn kinderen zullen nooit jouw kinderen worden. Maar ze kunnen wel degelijk voor een verrijking van je leven zorgen. Geniet!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank je, Ellen. Leuk dat je mijn nieuwe stek gevonden hebt!

    BeantwoordenVerwijderen