6.1.11

Beestjes

door Loor


Wat ik u nu ga vertellen doet mij als verregaande smetvrezende, hygiëne über alles en vermijdingsgedrag vertonende controlfreak al mijn barrières doorbreken, maar vooruit.

Voor wat mij is overkomen moest ik de veertig passeren en het valt in de categorie 'blamagenieuws'. Ik heb het ook heel lang ontkend, zeker drie weken, wat het alleen maar erger maakte. Ik schiep onbewust een walhalla voor wat mij overkwam. Maar het kon gewoon niet waar zijn. Het mócht niet waar zijn. Dat ik, nou ja, uiteindelijk – *schrááp!* –, voor het eerst in mijn leven, LUIZEN had! Ja, ja, oppastante Loor was de klos.

Ik wil niemand beschuldigen. Niet de kinderen van mijn vriendin (die me best even in had mogen seinen, maar zich waarschijnlijk ook kapot geneerde) en ook niet de kinderen van zus J., die ze vermoedelijk weer van de kinderen van mijn vriendin hadden overgenomen. Ik had met alle kinderen gezellig op de bank gehangen en ach, wat zaten ze toch schattig en dierbaar tegen me aan. Voor het laatst, maar dat wist ik toen nog niet.

Wel toen ik na drie weken in denial een stuk of zes van die griezels uit mijn haar kamde. Hartkloppingen, zwarte vlekken voor mijn ogen. En daarna slechts één missie. Iemand als ik belt dan eerst de huisarts. Die bel ik ook wel eens als er echt iets aan de hand is; als ik bijvoorbeeld niet meer weet waar ik het zoeken moet tijdens een zware migraineaanval en stante pede morfine eis. De reactie van mijn huisarts vind ik dan meestal wat weinig betrokken – ik moet de hel maar zien uit te zitten. Hoe anders is dat met luizen. Ik belde dus: “JA, MET MIJ. IK.HEB.LUIZEN!!” Huisarts: “NEE! LOOR! JEZUS, WAT ERG! WAT ON-GE-LOOF-LIJK ERG VOOR JE!” Letterlijk. Het kwam uit haar tenen. Ik vermoed dat ze zelf de zoveelste luizenplaag (ze heeft kinderen) aan het bestrijden was. Hoe dan ook, het werd een gesprek van minstens een kwartier. Andere patiënten werden in de wacht gezet en ik had haar volledige aandacht. Dat ze later nog met tips & tricks op mijn antwoordapparaat stond, was veelzeggend.

Hetzelfde verhaal bij de apotheek. Niet alleen de apothekersassistenten dromden om mij heen na mijn emotionele bekentenis, allemaal met hun eigen advies en ervaringen, ook de aanwezige klanten begonnen zich ermee te bemoeien. Een van hen legde zelfs heel moederlijk en bemoedigend haar hand op mijn schouder. En toen moest ik nog alle zeilen bijzetten om niet te gaan huilen.

Met de duurste luizenkam – de Nitcomb M2 huppeldepup – verliet ik de apotheek. Alsmede met een fles antiluizenlotion. Dead men walking, als ik het etiket moest geloven, maar dan was het wel een kwestie van 12 uur lang met landbouwgif in mijn haar rondlopen. En een week later nog een keer. En kammen en nog eens kammen.

Het werd nog een hele toestand. Dagelijks bedden verschonen, kammen, jas en das in de vriezer, kammen, haarspelden en borstels in de afwasmachine, kammen, op houten stoelen zitten om herbesmetting te voorkomen, kammen. Mijn arme haren braken af, de luizen waren niet in een keer vergast en na een week of drie was ik pas luizenvrij. Een uiterst traumatische ervaring, kan ik u zeggen.

De Nitcomb-M2 gaat sindsdien elke week door mijn haar. Want de psychische jeuk op mijn hoofd verslaat de krankzinnig makende jeuk die de luizen mij bezorgden. Gezellig, weer een fobie erbij. Maar ik weet me gesteund en sta een eventueel volgende keer niet alleen. Met luizen maak je vreemd genoeg vrienden. Luizen binden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten