21.1.11

Verleden, heden

door Loor


Eerlijk gezegd weet ik niet meer wanneer ik voor het laatst bij hem thuis was. Het moet toch alweer een jaar of twee, drie geleden zijn.
Verdrietig, pijnlijk, want hij woont op vijf minuten rijden bij me vandaan. Als ik voorbij zijn straat rijd moet ik soms tranen onderdrukken, omdat ik sinds die twee, drie jaar kies voor de minste van twee kwaden: doorrijden. Een tegennatuurlijke keuze. Niet meer spontaan langsgaan om te zien of hij de open haard gezellig heeft aangemaakt, wat lekkers onder de kurk heeft dat ik móet proeven, en och, als ik er dan toch ben, een toastje met zijn wereldberoemde, onovertroffen, zelfgemaakte krabsalade voor me wil smeren, terwijl we de nieuwe romans in zijn uitpuilende antieke boekenmolen bespreken en er iets klassieks door de kamer zingt. Alle vertrouwde ingrediënten die me lang over dat ene heen konden laten kijken dat al bijna dertig jaar diametraal staat op wat hij met zoveel liefde, toewijding, maar ook binnen zijn almaar beperktere vrijheid vast probeerde te houden. Net als wij, zijn kinderen, die nergens in die met boeken, muziek en foto's gevulde kamer terug zijn te vinden zodra wij zijn huis weer verlaten hebben. Niet in de boeken, niet in de muziek en zeker niet op de talrijke foto's met daarop zovele gezichten. Het zijn niet de onze, de bewijzen van zijn verleden. Het zijn de gezichten die dat verleden moesten vervangen. Met zijn droevige instemming, mentaal murw geslagen, inmiddels bereid tot zijn dood te schipperen tussen het verleden en het heden, afgedwongen door de gruwel van de voorwaardelijke liefde die hem overkomen is. Gevangen in die prachtige kamer, in een illusie, het sarren stil dragend, dapper gelovend in zijn gelukkige heden, soms verstoord door het verleden, maar steeds minder, zelden, niet meer. Omdat ik, wij, zijn kinderen, uiteindelijk hebben gekozen voor de minste van de twee kwaden: doorrijden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten