6.8.11

Sjefke

door Loor


Natuurlijk moest er na het mysterieus verdwijnen van poes Stuff – een beeldschoon muisgrijs exemplaar – meteen een nieuwe kat worden gezocht.
Katten horen al generaties bij het leven van mij en mijn familie, want prozac op kussenvoetjes en de aanstichters van een bizar kattentaaltje dat van mijn oma op haar dochters en kleindochters werd overgebracht, waarbij alle klinkers door een 'u', 'e', en 'eu' worden vervangen. Voorbeeld: "Euw, wet een dundersteen, deze ket!" en "Gudverdumme, hed je sums wet, stumme ket?" Enfin. Kat-o-fielen van het eerste uur die het niet schuwen deze taal ook schaamteloos uit te slaan waar 'buitenstaanders' bij zijn. We kunnen onszelf niet helpen. Een stel zelfverklaarde intellectuelen die subiet debiliseren in de nabijheid van het aaibaarste dat Moeder Natuur heeft voortgebracht.

Die passie betekent ook dat niemand eerst een jaar gepast treurt bij het overlijden van kat nummer zo-en-zoveel, maar er al een kakelverse kitten in de gordijnen hangt als de aarde boven kat nummer nog-en-nog-wat nog warm is. Niet om snel te doen vergeten – iedere kat krijgt een ereplek op de lijst weetjenogs vol hilarische anekdotes – maar een huis zonder kat is als een huis zonder ziel.

Toch eindigde (in mijn geval) de reeks bijzondere katten, na het in het niets oplossen van jetsetpoes Stuff, met Sjefke de kater, van wie zo ongeveer alleen ik het bestaan wist. Sjefke en ik bleken een match made in heaven, twee volslagen mensenhatende zielen die elkaar via het prikbord van een Aerdenhoutse Albert Heijn hadden gevonden.

Niemand wilde hem, inmiddels ruim vier maanden oud, omdat hij zich bij elke geïnteresseerde die zich via hetzelfde prikbord aandiende zodanig verstopte dat deze, na vele kopjes thee en het wanhopige "nog even geduld, ik vind hem heus wel, hij is wat verlegen" van de eigenaresse, afhaakte. Sjefke, toen nog naamloos, was overduidelijk geen gezelschapsdier, maar een zogenaamde zolderkat. En dat is nog eufemistisch uitgedrukt.

Het potje-dekseltje verhaal ging echter ook hier op. Loor, sociale misantroop en individualist tegen wil en dank, meldde zich bij de dame die het gewraakte briefje had opgehangen, waarna voor mij inderdaad uren van thee drinken, geduldig bladeren door stapels Home & Garden’s en het aaien van de al vergeven, maar niet spannende kittens volgden. De dame speurde ondertussen zenuwachtig door het huis naar mijn soon to be roommate, mij in het voorbij razen met opgetrokken wenkbrauwen aankijkend, omdat ik geen enkele aanstalten maakte om te vertrekken.

Op een goed moment kamden we gezellig samen het huis uit en onderzochten op onze knieën de ruimten onder alle kasten. We deden ook nog de klassieke Felix-truc, maar geen Sjefke. Wel weer een pot verse thee. Op de bank, deze keer.

Misschien hoopte de dame stiekem dat Sjefke voorgoed met knapzak en al de velden in was getrokken, ik het comazuipen met thee wel beu zou zijn en voor een tweedekeus kitten zou gaan, maar ze gaf zich nog niet gewonnen. We besloten, qua nieuwe tactiek, muisstil te zijn, elk geluid dat op de aanwezigheid van Sjefke zou kunnen wijzen aan een nadere inspectie te onderwerpen. En dat geluid diende zich al snel aan door een zacht krabben. Het kwam van heel dichtbij. Het kwam van onderen.

Om een lang verhaal kort te maken: we plukten Sjefke tussen de kussens van de bank vandaan en ik keek in het meest overspannen kattensmoelwerk ooit. Het keek terug en zei me: "Reken vooral nergens op." Nu ja, in non-verbale kattentaal. Ik was op slag verliefd op dit stuk chagrijn.

En zo kwam het dat we acht onvergetelijke jaren beleefden. Sjefke werd een letterlijk zwaargewicht met een ridicuul klein hoofd (ik had hem iets te vroeg laten castreren) en joeg alle buurhonden de stuipen op het lijf, maar bleef zich onzichtbaar maken voor De Mens. Behalve voor mij, die doorgaans hetzelfde wenst te doen.

Pas achteraf zag ik ons lachwekkende patroon. Als de bel onverwacht ging, begaf ik me meteen naar een strategische plek om uit te zoeken wie het waagde onze rust te verstoren en transformeerde Sjefke – je bent zielsverwanten of niet – tot de plaatselijke bult onder het witte sprei op mijn bed, waar hij keer op keer de ademnood trotseerde. Uren en uren, net als die 'eerste keer'.

En dan zijn ontbijtkoekloopje. Op klaarlichte dag, in de altijd dreigende nadering van Een Mens, begaf Sjefke zich op doorgezakte, nog nauwelijks zichtbare poten door het leven. Platgeslagen, buikschuivend.

De haastig onder bosjes verdwijnende, buikschuivende ontbijtkoek en de bult zijn de enige aspecten die anderen van hem hebben gezien en we hebben het maar zo gelaten. Sjefke de zolderkat had nu eenmaal niet de beschikking over een zolder en wie waren ik en mijn sporadisch toegelaten bezoek om hem niet in de waan te laten dat hij niet zichtbaar was? Ik begreep de bult als geen ander, roemde de bult zelfs om zijn consequente gedrag, zijn eenkennigheid. Allemansvriend is tenslotte niemands vriend. Maar Sjefke was meer dan mijn vriend. Hij was mijn schaduw, mijn ritme, mijn rustpunt, de zachtste, mijn upper als ik down was. En toch, nee echt, was ik niet zo'n 'lekker gek' kattenmens.

Over ons gedwongen afscheid kan ik nog steeds niet praten, laat staan schrijven. Het was een onmenselijke beslissing. Iets met een nieuw huis, gruwelijke huurvoorwaarden (maar een mens moet nu eenmaal ergens wonen) en een vriendin die hem van me overnam en hem uiteindelijk toch naar het asiel bracht.

Sjefke werd daar na ruim zes maanden geadopteerd en moet nu een jaar of zestien zijn. Of hij nog steeds een zolderkat is, vraag ik me zo nu en dan af. En of hij dan eindelijk over een zolder beschikt. Op zijn minst over een sprei. En of hij ergens is waar ze hem net zo begrijpen als ik, hem niet dwingen te zijn wie en wat sociaal wenselijk is, hem zijn urenlange ademnood gunnen. En waar hij, tot hij de eeuwige poezenjachtvelden onveilig gaat maken, een aanwinst is. Nimmer een last. Sjefke werd de nederig stemmende hekkensluiter. Sjefke voor altijd.

8 opmerkingen:

  1. Wordt dit je nieuwe stek Loor? en heb je de ravage verlaten?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Waarschijnlijk wel, Frank. Via Twitter hou ik jullie op de hoogte.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. De vrouw- en manschappen marcheren op naar dit trefpunt van idylle, verfijning, luchthartig verpozen en een somtijds teruggooien van antizionistisch ongerief. Je missive kwam geen moment te vroeg, dus ook de Filantroop meldt zich hier.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Liedje uit 1919 van Jerome Kern, vooral bekend van WO11, nog steeds mooi en toepasselijk.


    http://www.youtube.com/watch?v=Hr9jl3LUXTg

    BeantwoordenVerwijderen
  5. De link doet het niet. Sorry. Het liedje heet ,Look for the silver lining' hier gezongen door Connie Boswell 1943.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Welkom terug in het land der schrijvers. En nu hard aan de slag met nieuwe columns!!!

    BeantwoordenVerwijderen