29.3.11

Wat het is

door Loor     

                                 

Mijn hand zoekt de zijne in het bed waarin ik de vredigste slaap sinds jaren mocht slapen.
Naast hem, alsof hij er altijd al was en ik nooit de belemmerende angst kende voor uiteindelijke overgave en kwetsbaar makende zichtbaarheid bij het ontwaken in zijn bijzijn. Alsof ik in een volstrekt ander leven het alleen te bed gaan heilig had verklaard en de overtuiging had losgelaten dat ik pas in weer een ander leven zou mogen proeven van de toewijding die nu alle verzet in mij breekt. De plek naast me is leeg, het onbeslapen kussen koud. Even krimp ik in elkaar, verdraag zelfs de tijdelijkheid van de gedwongen afstand niet, en hoor verstand, berekening, angst, inzicht, trots, voorzichtigheid en ervaring respectievelijk zeggen dat het onzin, ongeluk, verdriet, uitzichtloos, belachelijk, lichtzinnig en onmogelijk is. Overlevingsmechanismen. Maar ze haperen, klinken verder dan dat wat mij krachtig en van zoveel dichterbij wordt ingefluisterd. Door de liefde. Die me zegt dat het is wat het is.

Voor G. Gebaseerd op het gedicht 'Wat het is' van Erich Fried (1921-1988).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten