18.3.12

Mohammed heeft leren afdingen van een Jood

door Hafid Bouazza


Islam moet niet beleden worden, dat geeft alleen maar problemen en verplichtingen; men moet de islam als een dagelijkse optocht beschouwen, een soort sociale oprisping waarvoor de zuurremmers niet meer vergoed worden. Dan wordt het leuk.
Neem nu de schreeuw van moslimstudenten om een gebedsruimte in de Hogeschool van Amsterdam. Er was een stilteruimte, ook door moslimstudenten te gebruiken, maar deze werd door moslimstudenten al te opdringerig overgenomen, waardoor deze gesloten werd. Dit is ironie die de moslimstudenten blijkbaar ontgaat. Dit is het kenmerk van de kraker of bezetter: hij eist geen recht, maar een voorrecht.

Dit deed mij denken aan de tijd dat ik, héél lang geleden, in de spoelkeuken van hotel Krasnapolsky in Amsterdam werkte. Er waren enige Marokkaanse collega’s die vaak uit de keuken verdwenen om, zoals ze zeiden, ‘te gaan bidden’. Mij werd gevraagd of ik mee wilde, maar ik was toen al tot diepere inzichten gekomen en bad niet meer. Wat mij opviel is dat zij vaker gingen bidden dan ooit was voorgeschreven voor de meest vrome moslim, inclusief het dodengebed. En hun gebeden duurden verrekte lang. Ze werden wel vrolijk van dat gebed, dat viel op.

Toen ik besloot om toch een kijkje te gaan nemen, kwam ik terecht in de kelder van dat hotel, waar een kamer met Oosterse tapijten was belegd. Dat was dus de gebedsruimte voor de moslims – mijn eerste kennismaking met zo’n fenomeen. Na mijn schoenen te hebben uitgetrokken, betrad ik het vertrek en vond daar mijn medespoelers zittend op de kleedjes met een fles Johnny Walker Red Label die van hand naar hand ging.

Toen was een gebedsruimte nog leuk – toen was de islam nog de schelm die zichzelf nu probeert te verloochenen. Men kan het mij niet kwalijk nemen dat ik, elke keer als ik moslims een gebedsruimte hoor eisen, hieraan moet denken. Het had mij niet hoeven verbazen, want de moskee waar ik mijn geloof verloor, veranderde elke vrijdag na het middaggebed plotsklaps in een handelsruimte waarin bliksemsnel handel werd gedreven in goedkope etenswaren, van lamsvlees tot muntbladeren. Cassettebandjes met donderpreken kregen de vrome gelovigen gratis.

Er valt veel te zeggen over gepimpel als een vorm van gebed. Niet zozeer om de mystieke betekenis die in de literatuur werd gegeven aan de alcoholische roes als symbolische extase waarin men via de wijn (goddelijke kennis) in dronkenschap geraakte (samensmelting met Allah), maar ook om de fysieke beweging van hand naar mond of van mond naar vloer.

Het islamitisch gebed is een gymnastische oefening als verering van en toenadering tot Allah, dit is de salaat. Het gebed zoals Christenen dat kennen is du’aa: dat dit woord in de volksmond ook vervloeking is gaan betekenen is niet onvermeldenswaardig. Elke salaat kan afgesloten worden met een du’aa, in de trant van: ‘O Allah laat onze subsidie/uitkering door de ongelovigen verhoogd worden, opdat wij een fiets kunnen kopen en twee moskees in dit land/een tweede huis in ons vaderland laten bouwen.’ Of: ‘O Allah laat mij slagen voor mijn rijexamen.’ (Geliefd onder moslima’s.)

Het woord salaat heeft zeker Aramees-Assyrische invloeden; bukken, buigen – vandaar dat ik ‘gymnastisch’ zeg. Zulke fysieke godsdienstige handelingen kwamen voor in het Arabisch schiereiland onder Joden: de functie van de gebedsvoorganger (imam) komt overeen met de Joodse voorganger, de sheliah has-shibbur; en onder Christenen: de ritmische gebeden van kloosterlingen. Ook afgaande op islamitische, dat wil zeggen niet historisch-kritische bronnen, is de herleiding tot een islamitische oorspronkelijkheid niet vol te houden. Veelzeggend is het verhaal dat moslims aanvankelijk richting Jeruzalem baden.

Het aantal gebeden per dag, te weten vijf, die moslims moeten betrachten, is later vastgelegd en vertoont invloeden van rabbijns Jodendom, drie keer per dag, net zoals de salaat zou moeten bestaan uit drie posities: staan (qiyaam), bukken (ruku’) en prosternatie (sudjud). Welnu, prosternatie, het aanraken van de grond met het voorhoofd, was vóór de islam een welbekende daad van aanbidding in de Christelijke godsdienst. (Nederigheid: het vlees is van stof en zal tot stof terugkeren.)

De al genoemde kloosterlingen hadden zeven diensten per dag. De Magiërs, die volgers waren van het Mazdeïsch Zoroastrianisme (geen monotheïsten) baden vijf keer per dag. De koran is niet geheel duidelijk; zo staat er, 11:114: ‘En verricht het gebed op de (twee) delen van de dag en de eerste uren van de nacht.’ De delen van de dag zijn dan het begin en het einde van de dag en de eerste uren van de nacht kunnen ook de laatste uren van de nacht zijn. Wat duidelijker, maar verwarrender is het in 17:79: ‘En verricht het gebed van het zinken van de zon tot het vallen van de nacht en het naderen van de ochtendstond’.

Dit is op zich niet van belang en ook nog verfoeilijk menselijke en kritische beschouwing. Goede moslims weten de ware reden waarom ze vijf keer per dag moeten bidden. Dat zit namelijk zo. Toen Mohammed tijdens zijn hemelvaart (hij reisde ’s nachts naar Allah op een gevleugelde muilezel met het gezicht van een vrouw en de staart van een pauw, Buraq genoemd) Allah ontmoette, stelde deze vast dat de plicht van zijn volgelingen was om vijftig keer per dag te bidden. Vijftig keer. Mohammed daalde de hemel af en kwam Mozes tegen, aan wie hij dit vertelde. Mozes zei: ‘Dat is een te zware taak voor je volgers. Ga Allah vragen om het te verlichten.’ Dat deed Mohammed en Allah maakte er vijfentwintig van. Mohammed ging weer heen en kwam weer Mozes tegen die zei dat dit nog steeds te veel was. Mohammed weer terug enzovoorts totdat Allah er vijf van had gemaakt. Daarna durfde hij niet meer af te dingen.

Een andere overlevering vermeldt dat Gabriël vijf keer per dag Mohammed bezocht en hem voordeed hoe hij zelf bad. Dit zou Mohammed hebben overgenomen. Deze versie vind ik niet zo overtuigend. Gabriël was maar een boodschappenjongen van Allah. Wat Mohammed direct hoorde van Allah moet wel waar zijn. Wat mij echter altijd als de geheime en sublieme boodschap van deze historisch accurate vertelling heeft gefascineerd is de rol die Mozes erin speelt. Niet alleen wist Mozes wat afzien was, Mohammed heeft tevens leren afdingen van een Jood.

Hafid Bouazza (1970) heeft in de afgelopen vijftien jaar aan tal van kranten en tijd­schriften bijdragen geleverd die voor ophef zorgden, reacties uitlokten en bovenal aantoonden dat Bouazza een van de grote schrijvers van onze tijd is. Bouazza publiceerde eerder De voeten van Abdullah (E. du Perronprijs 1996), Momo, Een beer in bontjas, Salomon, Paravion (De Gouden Uil 2004), Spotvogel en Heidense Vreugde. Ook is hij samensteller-vertaler van de Arabische Bibliotheek en vertaalde hij Shakespeares Othello en Het temmen van een feeks.

4 opmerkingen:

  1. Dag Hafid, leuk stukje in de Volkskrant.

    groeten, Ron

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Voor zover mij bekend komt het 5x per dag uit het Zoroastrisme,en is het waarschijnlijk overgenomen toen de Islam machtiger werd in Perzië (hoewel het zoroastrisme destijds op het hele Arabische schiereiland en in het Midden-Oosten invloedrijk zal zijn geweest). Dat is uiteraard geen theologische verklaring, maar wel een waarschijnlijke verklaring.

    In theologisch opzicht betekent het 5x per dag bidden refereert aan zonaanbidding, wat natuurlijk "niet mag".

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Het lijkt er soms wel op dat men in de vroege Islam men probeerde bestaande religies te incorpereren, net zoals het Hindoeisme dat bijvoorbeeld doet door Jezus en Mohammed tot goeroes te benoemen.

    Het 5x per dag bidden wat vanuit het Zoroastrisme komt, duidt daar op, de godinnencultus die terug komt in de duivelsverzen, Mekka (al eeuwen voor het bestaan van de Islam een bedevaartsoord)met de rituelen van toen die nu door de Islam gebruikt worden (stenigen van de duivel, rondjes lopen rond de nu bedekte Ka'aba).
    Ook wordt de tekst met betrekking tot de dochters van Allah in verband gebracht met de aanbidding van zon, Venus en maan (Sin), een religie die destijds ook zeer populair was en waarbij zon en Venus de kinderen van de maangod waren ( http://en.wikipedia.org/wiki/Sin_(mythology) )

    Dit nog los van de altijd wat agressie opwekkende (want fundamentele) vraag of er een connectie is tussen de verering van Hubal aan wie de Ka'aba mede was gewijd en in wiens richting zijn aanhangers baden en de Islam (uiteraard heb ik het antwoord ook niet, zie verder http://en.wikipedia.org/wiki/Hubal en http://en.wikipedia.org/wiki/Allah_as_Moon-god
    , het is dus wel zeker dat Hubal de god was aan wie de Ka'aba was gewijd, Hubal zou god van de maan en de oorlog zijn).

    Wat verder opvalt is een duidelijk arabisch imperialisme waarvoor de Koran / Islam als vehikel diende. Het nemen van een arabische naam als je je bekeerde, Koran alleen lezen in het Arabisch, en islamitische vrouwen die niet met non-islamieten mochten trouwen, allemaal imperialistisch gerichte gewoonten.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Tarak: dat incorporeren klopt natuurlijk; want culturen zijn poreus, zoals een filsoof zei en ze evolueren via osmose. Er bestaat geen onbespoten cultuur. Wat Hubal betreft: zijn functie is vaag en het woord is in een opschrift in het Nabatees gevonden, en moet dus via Aramees zijn binnengekomen.Zijn oorsprong is misschien uit Mesopotamië. Hij was voor zover ik weet niet de oppergod. Ergens is hij omschreven als een herdergod. Ook zou men bij hem voorspellingen vragen door het gooien van pijlen (een divinatiesysteem). Het enige Arabische werk dat handelt over de pre-Islamitische goden is Kitab al-Asnám van Kalbi(9de eeuw), dat ik enkel heb in deze Engelse vertaling (ik ken geen Arabische editie), het is interessante literatuur: http://answering-islam.org/Books/Al-Kalbi/

    Interessant verder is te weten dat Al-Lát, een van de oppergodinnen, door Herodotus werd vereenzelvigd met Afrodiet. De maan als Sin kende ik niet; wel interessant omdat 'yá sín' een van de 'letteropeningen' van een van de soera's in de Koran is waarvoor nog steeds geen verklaring is gevonden.

    BeantwoordenVerwijderen