12.5.12

Schrille tonen van een eeuwenoud verdedigingsrefrein

door Hafid Bouazza 


Er was een wankele reden tot enige hoop op optimisme toen na de barse stemmen van gejurkte imams geluiden begonnen op te klimmen uit de kelen van gedecolleteerde moslima’s.

De moslima’s met hoofddoek hadden voor hen niet veel soelaas gebracht. Het was een en al soft reli-porn wat zij brachten voor cameralenzen die niet eens met vaseline ingesmeerd hoefden te worden of in kranten die bedauwd leken te blijven van hun goed bedoelende inkt. De islam droeg geen bom in de tulband maar een roos onder de hoofddoek.

Misschien herinnert men zich Esmé Choho nog die te gast was bij een van de talloze programma’s van Paul de Leeuw. Ik weet niet of zij ook genood was aan de tafel van Sonja Barend die bijna net zo opgewonden was door de hoofddoekjes (‘Ze staan jullie toch zo mooi’) als door Mick Jagger die ze ook naar haar studio wist te lokken.

Al heel snel begon de oplettende kijker en luisteraar toch te merken dat er niet veel nieuws verkondigd werd. De vrouwen herhaalden eigenlijk wat de mannen ook al hadden gezegd, maar alleen dan een octaafje hoger. Maar variatie in toonhoogte veranderde niks aan de monotonie van de boodschap. De islam werd niet begrepen, men (i.e. niet-moslims en vooral de kritische onder hen) leed aan vooroordelen en wat terroristen en schurken van de straat uitspookten had niks met de leer van de islam te maken. De vreedzame leer van de islam. Onwetendheid was de grootste vijand en meer kennis van de islam was geboden. Islam behoefde niet bekritiseerd te worden, maar enkel begrepen. Weet je wel.

De melktanden van ontvankelijke interesse en maatschappelijke welwillendheid werden cynische snijtanden. Men kan hoog of laag springen, één ding valt Nederland niet kwalijk te nemen en dat is dat het niet zijn best heeft gedaan en nog steeds doet. Nederlanders deugen op zich wel. Maar zelfs deugdzame mensen kunnen niet voor eeuwig verlakt worden. Lange tijd kan men begoocheld worden, maar de ontgoocheling ligt altijd op de loer en de ontgoocheling zal er altijd komen: het is het sociaal en intellectueel en politiek equivalent van de tragische catharsis.

Moslims blijven zich verontwaardigen en klagen over racisme en generalisaties en onbegrip en islamofobie en demonisering en vul maar in (elke generatie heeft haar eigen aangeleerde term), maar, nogmaals, hierin zit geen ontwikkeling, geen catharsis, neen, deze, nogmaals, ligt bij de mensen die hebben geluisterd en nog steeds luisteren, die zelf op onderzoek zijn gegaan en conclusies trokken op basis van eigen bevindingen. Dit valt niet goed bij de moslimapologeten. De zalvende indoctrinatie blijkt niet te hebben gewerkt en dat veroorzaakt niet een verandering van inzicht, maar een nog grotere verontwaardiging.

En zo begint de cirkel knarsend en vicieus te draaien. De termen raken op en dienen gerecycled te worden. En behalve monden zijn er natuurlijk ook oren voor wie de termen smaken als de eerste sip wijn.

Wat opvalt bij de vrijgevochten (het is niet aan mij om nieuwe termen te verzinnen, al zou ik het wel kunnen) moslima’s en islamitische begripkwekers en kennisstekers (die krijgt u van mij cadeau) is dat ze bevestigen wat ze bestrijden zonder dat ze daar zelf bewust van zijn.

Nuweira Youskine, een prille columniste bij Trouw, moslima en ook nog soefi, is hier een mooi voorbeeld of toonbeeld van. Enige tijd geleden beweerde ze ‘er geen kennis meer is.’ En: ‘Als dit zo doorgaat, raakt Nederland spiritueel en intellectueel leeg.’ Gelukkig kan ze haar columns als Alabastine gebruiken voor de barsten en reten die Nederland met onwetendheid in de tocht zetten. Want het is algemeen bekend dat de grondstoffen voor mystiek en mysterie uit het buitenland komen, in het bijzonder uit Noord-Afrika en het (Midden-) Oosten. Bloemenkracht uit het geurige en geheimnisvolle Morgenland. Nederland heeft namelijk nooit kennis genomen van het werk van Hadewijch, Jan van Ruusbroec, Anna van Hees, Spinoza, Guido Gezelle, zelfs een Geerten Gossaert.   

In haar laatste column schrijft Youskine over geloofsafval. (Aanleiding is dat er een Evangelische website geopend is voor ex-moslims en zij is maar al te blij dat er geen ruchtbaarheid aan is gegeven - zulke spiritualiteit belieft zij niet). Volgens haar is er over de doodstraf op afvalligheid in de Koran niets te vinden. Alleen ‘spirituele ellende en toorn Gods.’ (Ik ben dol op het gebruik van het woord ‘spirituele’ hier.) Nu, dit klopt niet helemaal. Zie Koran 4:89: Zij willen graag dat jullie ongelovig zijn zoals zij en zo gelijk zijn, maar neemt onder hen geen bondgenoten aan totdat zij zich begeven op het pad van Allah; maar als zij zich afkeren, grijpt hen dan en doodt hen waar jullie ze maar vinden en neemt geen genoten en geen helpers onder hen aan.

Een nadere omschrijving van de straf die degenen ‘die Allah en zijn profeet bestrijden’ moeten ondergaan treft  men aan in 5:33: ...dat zij gedood worden of gekruisigd of dat hun handen en voeten aan weerszijden worden afgehakt...

Ik meld dit niet om pedant te zijn, maar omdat ik ook vind dat kennis belangrijk is, als het maar geen selectieve kennis is. Als soefi zou Youskine kunnen tegenwerpen dat zij met kennis bedoelt wat soefis verstaan onder ma’rifat al-qalb (kennis van het hart), maar dan had ze in dit geval Al-Hallaadj (858-922) kunnen aanhalen. Wat voor zinnigs deze grote mysticus-dichter en charlatan te melden had, zal ik niet melden. Ik hoef niet al het werk voor haar te doen.

Ze heeft gezegd dat ze een metaforische lezing van de Koran voorstaat. Maar geciteerde verzen laten zich moeilijk metaforisch lezen – hoe kruisigt of ontleedt of doodt men tegenstanders metaforisch? Het beeld dat zij ter vergelijking gebruikt van een straatbarbecue doet het ergste vermoeden na het recent  spiritus-voorval. Zij prefereert in dit geval echter een contextuele lezing. Zij schrijft: ‘Het sharia-verbod op geloofsafval werd gevormd in een tijd dat oorlogen tussen moslims en stammen die hen politiek bedreigden schering en inslag waren. Maakte je je los uit je geloofsstam dan verloor je niet alleen je enige vorm van sociale identiteit, maar werd je automatisch ook een deserteur in oorlogstijd. Hoogverraad, wat ver na de begintijd van de islam en in totaal andere maatschappijen eveneens met de dood bestraft werd.’

De Turkse columnist Mustafa Akyol (die Ayaan Hirsi Ali ‘extreem’ noemt, omdat ze niet alleen de sharia verwerpt, maar zelfs de hele islam) heeft vorig jaar in The Guardian (12/12/2011) precies dezelfde onzin verkondigd, bijna letterlijk, hetgeen het vermoeden doet rijzen dat ze hem als bron gebruikt.  Akyol spreekt over post-Koranische tijd, dat wil zeggen niet alleen twee decennia na de dood van Mohammed, maar ook na de veroveringen van Perzië, Egypte, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Volgens de officiële versie werd de definitieve redactie van de Koran rond 650 vervaardigd. Misschien doelen Akyol en Youskine op de zogenaamde ‘Strijdslagen van Afvalligheid’ onder de eerste kalief Abu Bakr (632-634), schoonvader van Mohammed, maar deze leverde strijd tegen opstandige en afvallige Arabische stammen, na eerst verslagen te zijn door de Byzantijnen – en zeker niet in de post-Koranische periode. Daarbij ontberen de hadiths die de dood voor afvalligen voorschrijven elke martiale achtergrond. En Mohammed kan deze uitspraken niet hebben gedaan na de strijd van Abu Bakr.

Hoezo waren zij ‘constantly at war with lethal enemies’? De Christenen werden verrast door de invasie van de Arabieren, want zij vreesden een inval van de Perzen die Jeruzalem in 614 hadden ingenomen en richting Egypte waren getrokken. De Perzen vormden de grootste bedreiging voor het Byzantijnse rijk en niet de Hagarenen, zoals de Arabieren toen bekend stonden.

De ‘vijanden’ waren  noch ‘dodelijk’, noch werden de moslims ‘politiek bedreigd’: zij vielen gebieden binnen die niet in oorlog met hen leefden. Zij waren de agressors, niet de stammen die hen omringden. Dit was geen opstand van slachtoffers, geen zelfverdiging van aangevallenen. 

Zulke retrospectieve rechtvaardigingen van verraderlijke handelingen en triomfalistische aanslagen bedekken de islamitische ‘geschiedschrijving’ als puistjes het gezicht van een puber. Men ziet dit nergens zo duidelijk als in de sira, de levensloop van Mohammed, waarin zaken die een profeet meer dan onwaardig zijn in een vergoelijkende context worden geplaatst, niet zelden goddelijk gesanctioneerd. Het zegt al genoeg dat Ibn Hisham (gest. 833), in zijn editie van de oudst bekende Mohammed ‘biografie’ door Ibn Ishaq (gest. 767), schrijft bepaalde zaken te hebben verwijderd die onbetamelijk zijn voor een profeet. Een sprekend voorbeeld is de enorme veelwijverij van Mohammed: zelfs moderne Oriëntalisten accepteren het kulargument dat Mohammed zoveel vrouwen nam om de stammen aan zich en onderling te verbinden! 
Dit is geen ‘kennis’, dit is religieus revisionisme; het is in die zin ‘kennis van het hart’ als dat hart geen ritmeverandering kent en men werkelijk gelooft dat eenzijdige oorlogsvoering gerechtvaardigd is omdat het door Allah gesanctioneerd zou zijn. Het is het vergoelijken van bezettingsdrang door dezelfde mensen die zich als een fakirslang oprichten als ze de fakirsfluit de wijze van Israëlische bezetting horen spelen.

Tot zover de intellectuele leegte die in Nederland heerst.

Komen deze houding en mechanisme ons heden ten dage niet bekend voor? De zelfverdedigende reflexen waar in feite geen sprake van een aanval is. Het artikel van Bart Schut over racisme onder Marokkanen is het laatste voorbeeld. De cascade van tegensprekingen en tirades die hij kreeg, was varierend en bijna vernuftig. Hij werd zelf beschuldigd van racisme (!), de bekende en versleten zelfvictimisering klonk weer op (Marokkanen werden zelf gediscrimineerd!!), termen werden verschoven (geen racisme, maar machismo!!!), er was gebrek aan statistisch bewijs voor racisme in Marokko (!!!!) en de onvermijdelijke en vermoeiende zelfkastijding van de regressieve assimilanten die de sociale academie recent leken te hebben doorlopen en racisme beschouwen als een relatief verschijnsel (blanke Nederlanders zijn veel erger!!!!! – let op dat exclusieve ‘blanke’). Het was een waar zakdoekjeleggen van externaliserende fenomenen. Opvallend was dat racisme enkel betrokken werd op zwarten en Berbers; over Joden werd kuis gezwegen, alsof men er vanuit ging dat de islamitische Jodenhaat een vanzelfsprekendheid was, hoewel de geschiedenis en de bijna folkloristische voortleving ervan duisterder en onsmakelijker zijn dan slechts een politieke afkeer van de staat Israël, zoals de ingevoerde lezer zal weten. 

Er is niets veranderd. Dit is het infuus dat de verontwaardiging in leven houdt. Misschien begrijpt men nu de toenemend schrillere tonen van een eeuwenoud verdedigingsrefrein. Het is een traditie, die nu waarlijk pervers is geworden.

De vinger die altijd wijst, maar nooit en tenimmer in de spiegel.
 
Hoewel het toch anders kan. Dit jaar april herdrukte een Libanees maandblad het innemend voorwoord van Jawad Adra in het boek Discriminatie in Libanon (2008), waarin hij schrijft: ‘Velen onder ons zien niet in dat zij racistisch zijn wanneer zij racistische uitdrukkingen gebruiken en weten niet hoeveel van onze handelingen inderdaad racistisch en kwetsend bevooroordeeld zijn...En dat terwijl we tegelijkertijd vrijheid en mensenrechten verkondigen.’

Hafid Bouazza (1970) heeft in de afgelopen vijftien jaar aan tal van kranten en tijd­schriften bijdragen geleverd die voor ophef zorgden, reacties uitlokten en bovenal aantoonden dat Bouazza een van de grote schrijvers van onze tijd is. Bouazza publiceerde eerder De voeten van Abdullah (E. du Perronprijs 1996), Momo, Een beer in bontjasSalomon, Paravion (De Gouden Uil 2004), Spotvogel en Heidense Vreugde. Ook is hij samensteller-vertaler van de Arabische Bibliotheek en vertaalde hij ShakespearesOthello en Het temmen van een feeks.

21 opmerkingen:

  1. Prachtig verwoordt, weet je wel.
    Ademloos zitten lezen, heel mooi.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Immer een genoegen om lichtvoetige en intelligente observaties kwaadaardige insecten te zien verpletteren.
    Mens blijven is een van de moeilijkste dingen die er is. Ik zie uit naar uw volgende stuk, al besef ik dat de directe aanleiding me ongetwijfeld weinig gelukkig zal maken.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Dag Hafid, mooi beschreven, wijze woorden van een vrij mens.
    Het moet voor mensen met minder wijsheid dan u moeilijk zijn om in te zien dat de Ganges ieder moment een andere is.
    Is er iets in uw leven aan te wijzen dat u tot een onafhankelijk mens heeft gemaakt of behoort dat tot de constitutie van een mens?

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ron,

    Ik moet het vragen; ik heb je naam eerder voorbij zien komen. Ben jij de Ron die ik ken? je weet wel, Schuim en Scheveningen.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Dag Hafid, neen, sorry. (Maakt wel nieuwsgierig)

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Heerlijk stuk om te lezen! Mijn complimenten!

    Marc H

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Boeiend en zo to the point geschreven. Het heeft me weer veel stof gegeven om verder na te denken.
    Ik leer elke dag bij, over zoveel zaken waar ik nooit bij stil heb gestaan.

    Dank!

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Een prachtig stuk, Hafid. Je bent een baken van beschaving en je stukken zijn als een oase voor mijn verontruste geest.

    Vasti

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Als een soort Mohammed El-Fers jr. Maar dan anders. Uiteraard..

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Lieve Hafid,
    Heb je ooit overwogen om op twitter te komen? Je zou zeer welkom zijn! Xxxx

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Geweldig! Dat smaakt naar meer bijdragen van Hafid want altijd nuttig, leerzaam en dus noodzakelijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. PrimadeLuxe!

    Philippine.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Beste Hafid,
    wederom verrijkend, wederom inspirerend. Dank.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. De vinger die altijd wijst, maar nooit en tenimmer in de spiegel.

    Hoewel het toch anders kan.


    Deze woorden kwam ik tegen (van Jan)

    Zie de mens
    zie de mens zonder zijn verhaal
    Ik ben die mens
    en ik bemin mijn wezen totaal
    Ik ben wie ik Ben
    en ik weet, want

    Zie het kind
    in de mens en vergeet zijn verhaal
    Ik ben dat kind
    en ik bemin mijn wezen totaal
    Ik ben wie ik Ben
    en ik weet

    want ik zie de mens

    In mijn diepste zijn
    ben jij ook bij mij
    draag jij me bij jou
    beide man en vrouw.
    Ik buig voor wie ik Ben
    en zie
    dat als jij me herkent
    je weet
    wie jijzelf bent.

    Vasti

    BeantwoordenVerwijderen
  15. Geweldig Hafid. Om het hart te kunnen laten spreken moet men eerst het gezonde verstand op orde hebben. Zolang dat denken nog in het stadium van de kooiconstructie van soc./religieus recyclen bevindt,is het toepassen van het hart niet meer dan een "waan". Vrij zijn doet ook pijn; maar het is wel vrij! Bedankt :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  16. N.a.v. Soefi's en het metaforisch lezen van de Koran.

    Soera 3:7 zegt, hier weergegeven in een eigen samenstelling van vertalingen:

    “Hij is het die u de schrift (het boek) heeft nedergezonden; er zijn verzen in die fundamenteel en onoverdrachtelijk zijn in hun betekenis, zij vormen de grondslag van het boek (wettelijke verplichtingen en strafwetten), anderen zijn zinnebeeldig (allegorisch) en overdrachtelijk. Maar degenen in wier hart dwaling (twijfel) is gaan na wat er meerzinnig (symbolisch – allegorisch) van is in begeerte naar verzoeking en in begeerte naar uitlegging ervan. Maar niemand kent de juiste uitleg dan Allah – en degenen die vast gegrondvest (stevigstaand) zijn in kennis, die zeggen: “Wij geloven er in; het geheel is van (het is alles) vanwege onze heer”, en niemand trekt er lering uit, dan zij, die begrip hebben (dan de verstandigen)”.

    Dus hoewel hier toegegeven wordt dat er verzen zijn met een diepere betekenis gaat het toch vooral om de fundamentele, onoverdrachtelijke verzen.
    Mocht je geïnteresseerd zijn in diepere zaken en dimensies dan ben je kennelijk in twijfel of dwaling en begerig naar verzoeking en uitlegging.
    Het lijkt niet erg halal te zijn om daaraan te beginnen. Je moet dan kennelijk te rade gaan bij de stevigstaanden en verstandigen in kennis. En wat wordt hier gezegd over die verstandigen? Zij “geloven er in”, staat er en zij verzekeren ons ervan dat de totale leer een gehele eenheid is.

    BeantwoordenVerwijderen
  17. Via marokko.nl, waar dit stuk (van Hafid) gebruikt wordt voor politieke doeleinden, ben ik hier terechtgekomen.
    Wat me bij eerste lezing opviel is een taalfout (beschuldigingd) en hierop voortbordurend heb ik op marokko.nl gereageerd: Groetjes van BlackBox

    BeantwoordenVerwijderen
  18. Dank voor de oplettendheid @BlackBox, ik heb het aangepast. Mag Marokko.nl zomaar stukken overnemen?

    BeantwoordenVerwijderen
  19. Wel jammer om dan daaronder in de comments dat ongetwijfeld goedbedoelde maar naar mijn mening protserige gedicht te lezen.
    Maar daar steekt -optimistisch bezien- bovenstaande pracht op deze manier nóg mooier bij af. :o)

    BeantwoordenVerwijderen
  20. Gelukkig zijn er ook hedendaagse mooie tonen:

    https://www.youtube.com/watch?v=YMmS_DKCKLM&feature=player_embedded


    Vasti

    BeantwoordenVerwijderen