6.7.12

Het geheugen is een gekkenhuis, maar een ander huis heb ik niet

door Gerrit Komrij (30 maart 1944 - 5 juli 2012)


Lieve Hafid, 

Na je dertigste zet de seniliteit in, zeg ik maar. Ik moet de leeftijd hebben gehad die jij nu hebt, met open ogen op weg naar het ravijn van de veertig, maar met nog een zoete drie in het getal, toen ik aan Verwoest Arcadië werkte – pure melancholie om de puber. Ik heb het nooit teruggelezen.
Toch herinner ik het me wel degelijk. Het moet een boek vol verlangen en spookbeelden zijn, al vermoed ik dat veel zaken die ik me uit mijn jeugd herinner wel eens herinneringen kunnen zijn aan wat ik in Verwoest Arcadië voorspiegelde mij te herinneren.

Dat boek heeft als decor een verlaten schoolplein. Het kan niet anders. Uit elke bladzij klinkt een schoolbel op. We hadden er eentje op het dak van de school, een heuse bel met een klepel, met een kapelletje er omheen geconstrueerd, een soort puntmuts  bovenop de school. De puntmuts is weg, de bel is weg, de school is weg, het plein is weg, de straat waaraan plein, school, bel en puntmuts lagen is naar de ratsmodee, verzwolgen door een halve eeuw progressieve krachten, alleen het geluid van de bel beiert voort in mijn kop.
            
Gelukkig zijn herinneringen belastingvrij.
            
Het geheugen is een gekkenhuis, maar een ander huis heb ik niet. Uit huizen van hout, glas en steen wil ik steevast weg. Of ik manoeuvreer me in zo’n positie dat ik wel de benen moet nemen. Kwaaie buren, lastige kostgangers, de huisgeest die om middernacht te urgent met de kettingen begint te rammelen. In mijn vorige huis was die geest een loodrecht gebouwde dame, type weduwe Rost van Tonningen, die met zotskap en rinkelbel bovenop alle kasten sprong, haar ketenen straal negerend. Dat kon dus zo niet langer.
            
Alleen het feit dat een huis op den duur een voorraadschuur wordt kan me er nog een tijdje aan binden. Niet alle huizen kennen dat vermogen. Een huis met rekken en vertrekken moet dat zijn, met op elk rek boeken en in elk vertrek hiëroglyfen aan de wand. Dan werkt het huis zelf als een geheugen. Het wordt je binnenste buiten gekeerde kop. Het trilt en dreunt er van het gebeier.
            
Nog onbekende boeken staan daar. En hiëroglyfen zijn nu eenmaal...  hiëroglyfen. Van vertrouwdheid kan geen sprake zijn.
            
Uit warme, vertrouwde, afgegraasde, hoe heet dat, gezellige huizen moet ik weg. Voor je geboorte en na je dood is alles vertrouwd genoeg. Vertrouwdheid bestaat bij de gratie van gemis. Als je in de cocon van het vertrouwde zit ervaar je het vertrouwde niet, gewoon omdat het vertrouwd is. Dat lijkt me nogal wiedes.
            
Roes en sensatie, veel mensen zullen daar ja bij knikken. Maar ze vergeten de dritte im Bunde, de pijn. De pijn die ik in het beeld van jouw pubers aan het raam ook zie. De puber raakt vervormd en misvormd, de pijn keert steeds verjongd terug. Aldoor, aldoor. ’t Is niet de pijn van een ziekte of van... pijntjes. ’t Is misschien synoniem met gemis, of iets daaromtrent. Maar het is wél een pijn die steekt en wurgt.

Sterkte, je

Gerrit

Uit: Nu ben ik boos, ik omhels je (Prometheus, 2009). Hafid Bouazza en Gerrit Komrij schreven elkaar. Eerst in NRC Handelsblad, daarna in uitgebreider vorm. De schrijver en de dichter, de Marokkaanse Nederlander en de Nederlandse Portugees. Brieven over literatuur, het leven, de liefde en de dood. Twee ijzersterke schrijvers met een geheel eigen stijl en idioom weten elkaar op te zwepen en komen elkaar verrassend nabij in dit prachtige boek. (ISBN: 9789044614305)

2 opmerkingen:

  1. Dit is toch een herinnering om te bewaren als een schat.

    BeantwoordenVerwijderen