7.10.12

Upperclass zwerver

door Loor 


Zus J. is de bangste niet. Zo durfde zij te trouwen, kinderen te krijgen en een kleurrijke vriendenkring op te bouwen waar je U tegen zegt. Ze durft ook ieder jaar haar verjaardag te vieren en al die vrienden – van jong tot oud, van zwart naar wit, van dik naar dun, van links tot rechts – bij elkaar in één ruimte te zetten, zonder zich van tevoren de hersens te pijnigen of dat allemaal wel een beetje leuk matcht. En daarom wagen al die mensen het op hun beurt om zomaar bij haar aan te bellen als ze om een praatje verlegen zitten. Ze doet dan gewoon open en geeft ze een kop koffie. Bij voorkeur een glas wijn. Zus J. durft die dingen. Zus J. bindt.

Maar dat is toch heel normaal? hoor ik u denken. Nee, dat is het niet. Nu ja, niet in de ogen van iemand als ik, die bij voorkeur met de gordijnen dicht de ondraaglijke lichtheid van het bestaan zit te verdringen, sporadisch één op één contact (buiten dat met geliefde) al hypersociaal vindt en nooit haar verjaardag viert. Maar dit terzijde.

Dat J. de bangste niet is, blijkt ook uit het volgende. J. fietste een paar dagen geleden op haar akkertje door ons altijd zonnige reservaat Aerdenhout. Ze voelde zich na een slopende periode van keihard werken en doorwaakte nachten eindelijk weer een beetje fit en had zin in de dag die komen ging. Daar had ze zoveel zin in dat ze haar man belde om te zeggen dat ze nog even langs de huispatissier ging om een aardbeienslof met chocolade Zwarte Pietjesgarnering te kopen. Zin moet je namelijk altijd stevig onderstrepen, is het motto van de familie Schrijft. Minus die van brommende ondergetekende.

Ze belde dus met haar man en deed dat al fietsend. Misschien dat ze daarom wat slingerde, maar dat kan net zo goed gekomen zijn door het licht aangeschoten gevoel dat zin een mens kan geven als die een tijdje weg is geweest. Heb ik eens vernomen.

Hoe dan ook, ze slingerde een beetje. Achter zich hoorde ze iemand losgaan op zijn fietsbel en manoeuvreerde gealarmeerd haar fiets weer netjes tussen de lijntjes, ondertussen nog altijd telefonisch overleg hebbend over wel of geen chocolade Zwarte Pietjesgarnering op en rond de aardbeienslof. Over chocolade Zwarte Pietjes met volle, rode marsepeinen mondjes.

Dat had ze nou niet moeten doen. ‘TRÙÙÙÙÙÙÙÙÙÙÙT!’ brulde de passerende fietser die haar al met zijn fietsbel in het gareel had getingeld. Zijn niet blikkende of blozende vrouw fietste braaf naast hem en vond deze uitroep kennelijk heel acceptabel.

J. voelde ter plekke alle zin wegebben. Einde mooi begonnen dag. Aardbeienslof? Welke aardbeienslof? ‘TRÙÙÙÙÙÙÙÙÙÙÙT!’ was binnengekomen als een mokerslag, van de onverdiende soort. En dus fietste ze achter de man aan. ‘Meneer, stoppen! Stoppen, meneer! Waarom scheldt u mij uit?’ De man en zijn vrouw stopten niet. J. ook niet, want de bangste niet. De zin moest terugkomen, de zin ging deze Tokkie in kakkerkledij haar niet ontnemen. Het was sterker dan zij.

Op een kwaad moment fietste ze naast de man. ‘Meneer, alstublieft, stóp nou even, waarom noemt u mij een trut?’ En daarbij tikte ze op zijn schouder. Nee, de bangste niet, onze J. Helaas. Haar onbevreesde poging om de confrontatie aan te gaan met de fietser werd afgestraft met een snoeiharde stomp in haar gezicht en daarmee werd het laatste restje zin letterlijk uit haar geslagen. De man en vrouw fietsten onbewogen door.

In plaats van met een stuk aardbeienslof in een Aerdenhouts-zonnige serre de zin van de dag te onderlijnen, zat J. met een glaasje water en een dik, dicht oog in een verhoorkamer te wachten tot de hengstende man binnen werd geleid. Hij stond net met zijn Bonuskaart gezellig te doen bij de kassajuffrouw van Albert Heijn toen hij verzocht werd even mee te komen en alsnog de confrontatie aan te gaan met J. Maar dan woordelijk, zoals zij het had bedoeld.

Ach, kijk, de 'TRÙÙÙÙÙÙÙT'-krijsende man had het aan zijn hart en droeg een defibrillator en dat maakte hem kwetsbaar. Weet u. Het was zelfverdediging geweest, een reflex. Want je weet tegenwoordig maar nooit. En daarom was hij gauw doorgefietst toen heel Aerdenhout stopte om zich over haar dochter te ontfermen.

De hartpatiënt, die kennelijk wel in staat is om fietsende vrouwen luidkeels uit te schelden, was ineens een fragiel, weerloos mens. Ja, hij was eigenlijk het slachtoffer, maar vooruit, er kwamen toch wat ongemeende excuses. Op aandringen van de politie.

J. was begripvol, zocht de fout door zijn gejammer ook een beetje bij zichzelf, was te overrompeld om oorzaak en gevolg nog in de juiste volgorde te plaatsen. En deed nog maar geen aangifte. Alweer op advies van de politie.

Een lichte hersenschudding heeft ze eraan overgehouden. En het niet zo fraaie oog. Gecancelde opdrachten. Maar ook een mentale klap die minder snel zal helen. Heeft ze iets fout gedaan? Heeft ze erom gevraagd? Nee. Nee. Driewerf nee. Ze bleef tenslotte beleefd met haar ‘meneer’ en ‘alstublieft’. En waarom mag zij niet op die manier voor zichzelf opkomen? De man had zich, na zijn agressieve, krenkende 'TRÙÙÙÙÙÙÙT', helegaar niet bedreigd hoeven voelen.

De aanvaring met deze Aerdenhoutse upperclass zwerver maakt J. waarschijnlijk niet minder onverschrokken, maar in dit soort situaties hopelijk lijdzamer. Het is het allemaal niet waard. Echt niet. Maar wat ben ik trots op haar.

5 opmerkingen:

  1. Dus de hockey-tokkie schoot uit z'n aardbeienslof en zus J kreeg het zwartepietje toegeschoven... wat er op een Aerdenhouts fietspad niet allemaal kan gebeuren.

    Maar nu serieus: dat je een andere fietser - en zeker een vrouw - zomaar in het gezicht stompt, is werkelijk van god los. De politie had 'm met zijn defibrilator even een paar keer door een detectiepoortje moeten duwen. Nou ja, bij wijze van spreken dan... (wat zeg ik nou weer).

    Gideon.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hopelijk gaat het een weer een beetje J. en houdt je er niet meer ellende aan over. Verbijsterd door deze onverdraagzame hufterigheid. Laat je vooral niet afschrikken door dit soort types.

    mooi geschreven Loor



    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ik ken genoeg hufterige hartpatiënten die erg oud zijn geworden. Als ik zus J. was geweest zou ik geen enkel mededogen met deze man hebben gehad.

    Mogelijk heeft de hufter een titel voor zijn naam op zijn visitekaartje staan, hetgeen de koddebeier deed besluiten zus J. te adviseren van aangifte af te zien.

    Gemiste kans op een forse schadevergoeding en ook jammer voor de Aerdenhoutse patissier want J. had van haar schadevergoeding een miljoen aardbeiensloffen met chocolade Zwarte Pietjesgarnering kunnen kopen.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Die man is fout.

    Zijn vrouw is fout.

    De politie is fout

    (alhoewel ik pleasantly surprised was dat ze 'm te pakken hebben gekregen, toch een puntje voor de politie).

    Zuster J. was correct.

    Het is toch te dol dat je jezelf maar gelaten moet laten uitschelden. Wie de bal kaatst, moet 'm vangen. Helaas kaatste deze hufter de baal één keer te veel.

    Mooi geschreven Loor. Idee om 't naar de plaatselijke krant te sturen? Zo idyllisch is het leven in zelfs Aerdenhout niet meer.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Afgelopen zomer overkwam mijn vrouw hetzelfde. Alleen fietste ik er twintig meter voor. Daarom nu maar even anoniem...

    BeantwoordenVerwijderen