7.7.13

Porque el caballo es muy flaco?

door Loor


Het was de bedoeling dat ik volstrekt ontspannen en met wapperende Timotei-haren langs de architectonische hoogtepunten van de stad zou zoeven. In de armen van flieftmanlul, tijdens dat weekend vol nieuwe weetjenogs. Maar het liep weer eens anders.

Door een waas van tranen zag ik ze wel, hoor, de Torre de Oro en het Plaza de España en de schoonheid van het Maria Luisa Park, maar ik hield vooral stevig sms-contact met zus J., die vloeiend Spaans spreekt.

"J.! Loor hier! Noodgeval! Hoe zeg ik Waarom is uw paard zo mager in het Spaans?"

Het paard dat onze afgebladderde koets trok was immers het schrielste exemplaar van het beroemde plein geweest. Onze koetsier de schlemiel tussen alle hunks met hun grootglimmende hengsten die er met slechts een korte beweging van het mooie hoofd de toeristen tot een rit wisten te verleiden. Daar had onze mottige gids natuurlijk al die jaren onder geleden en daarom was zijn paard zo duizelingwekkend mager en dus moest er ingegrepen worden. Door mij. Met gemengde gevoelens, dat wel, want het dier zag eruit alsof het nog geen poppenwagen kon trekken. Maar na dit rijden zou zijn riekende baas met de schele ogen en de gebarsten jampotbril weer geld hebben voor haver en wortels en suikerklontjes.

De aanblik van de zichtbare ribben van het paard had mijn hart gebroken. Het geluid van de gekmakende kneuterige belletjes aan zijn hoofdstel en zijn liefklepperende hoeven tussen de domtoeterende automobilisten mijn ziel doorboord. Dit was geen plezierritje, dit was een noodzakelijke missie die met doorgelopen Alice Cooper ogen en al volbracht diende te worden.

Het beeldscherm van mijn C3 lichtte op. Porque el caballo es muy flaco? En verder geen vragen. Leve zus J. Net op tijd.

Een cynisch gejuich steeg op toen we op het plein terugkeerden. De wagenmenner was dankzij ons voor even weer een held en leek minstens tien centimeter te zijn gegroeid toen hij naast zijn breekbare ros stond en zijn portemonnee trok om onze betaling in ontvangst te nemen.

Maar eerst zou ik De Vraag stellen.

Señor... porque el caballo es, eh, flaco?

Zonder muy. Muy hield ik nog even achter de hand.

De man begon meteen te bedelen om meer geld. Comer por el caballo = dikker paard. Dit laatste begreep ik uit de opblaasbeweging die hij met zijn armen maakte. No comer por el  caballo = dun paard. Hierbij drukte hij zijn handen stevig samen, waarbij ik me voor moest stellen - wat niet moeilijk was - dat het paard zich daartussen bevond. Met een tevreden lach schoof hij onze bijdrage aan een beter bestaan voor hem en het paard in een portefeuille die bleek uit te puilen van de eurobiljetten. En weg was mijn aanvankelijke medelijden. Het uitgelezen moment om muy erin te gooien was dáár.

Señor,  por favor, porque el caballo es MUY flaco!

Señor liet zich zijn zojuist verworven heldenstatus niet zomaar door mij afnemen en ging die verderop wat vieren met de andere koetsiers, die hem prijzend op de schouder sloegen. Het paardje bleef met gebogen hoofd achter en zou voorlopig niet naar zijn stal gaan. Moe was het. Uitgeput door een lange dag en avond in de warmste stad van Europa. Cansado, herinnerde ik me, is Spaans voor 'vermoeid'. Ha.

Zus J. kon ik niet meer bereiken, dus bleef het uiteindelijk bij herhaaldelijk El! Caballo! Es! Muy! Muy! Flaco! Y! Muy! Cansado! Por! Que?! over het plein schreeuwen, en waarschuwend vingerwijzen naar het mannetje, in de hoop dat andere toeristen me zouden komen bijstaan. Wat niet gebeurde. Natuurlijk niet. Zij waren gewoon aan het genieten. Van de stad, tapas en elkaar. Na hen de zondvloed en zo. De klootzakken. Mijn afkeer van de mensheid in het algemeen werd er weer eens niet kleiner op.

Flieftmanlul, ervaren wereldreiziger en dus een realist, liet me begaan. En dat was lief van hem. 

Terug in lauw Nederland denk ik elke dag aan het paard. Aan een witgrijze vlek op de snikhete Plaza de Huppeldepup. En ik hoop dat het zich dankzij mijn hysterische eenmansklucht voor een keer gezien heeft gevoeld. Meer kon ik niet voor hem doen, al had ik hem mee willen nemen om samen richting de horizon van het denkbare te rijden. Het hoogst haalbare was in dit geval verschillig zijn en verschilligheid aanmoedigen in een stad waar niemand een verwaarloosd paardje opmerkte dat mogelijk onopvallend en zonder verwijtende blik uit het leven aan het wegkruipen was. Hoe had ik het mijn rug toe kunnen keren? Zijn stille lijden zou er een gat in hebben gebrand. 

Dat ik dat niet deed betekent dat de kwestie muy flaco geen luchtignieuwe achweetjenog is geworden, maar een loodzware mentale ballast in een hoofd dat al zo vol is en die tegen mijn schedeldak beukt. Ik gooi hem evengoed niet overboord, er kan nog wel wat worden ingeschikt. Ongemakkelijke ballast dumpen is voor losers zonder wilskracht of zin in een potje zelfkastijding. Ik veracht ze. En benijd ze.

2 opmerkingen:

  1. Advies: ga nooit naar roemenie want daar steken ze ezels/paareden de ogen uit zodat ze niet schrikachtig zijn in het verkeer.
    De wreedheid van mensen is ongeevenaard in de natuur.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het is een literaire traditie: eerbetoon aan Rocinante.

    BeantwoordenVerwijderen