17.9.13

Bureaustoelrede

door Hafid Bouazza


"Geamuseerd horen wij aan dat dit land xenofobisch en racistisch en, jawel, islamofobisch is geworden."

Nog koel beroert de kroon de kruin en, omsloten door opwarmend hermelijn en geflankeerd door een vrouw, nog herinner ik mij de woorden waarmee wij het koningschap aanvaardden: 'Zo waarlijk helpe mij God almachtig.' Alsof God, die Zijn eigen zoon verliet in doodsnood, mij te hulp zou komen in een toestand waar enkel ruggengraat, hoofd en hart (in deze volgorde) mij tot steun kunnen zijn. Wij zeiden geen protocolslaven te zullen zijn en - noblesse oblige - derhalve zullen wij vrijuit spreken, want wie niet spreekt in vrijheid die zwijgt luidruchtig. Tijdens de Saturnalia van zeventien tot tweeëndertig december genoten slaven in de tijd van de oude Romeinen dezelfde vrijheid van spreken als hun meesters - waarom zou één dag in de maand september, wanneer de herfst de kleuren van de zomer langzaam begint weg te wassen, een staatshoofd niet zo'n privilege mogen genieten?

Dit is mijn droom voor ons land; het minste wat mij gegund mag zijn nu jullie nachtmerries op mijn nachtkastje rusten. Toegegeven: ze liggen (tussen harde kaften, geen ontsnappingsgevaar) op het nachtkastje van mijn vrouw, maar de afstand is verwaarloosbaar, niets wat een begerige omhelzing niet kan overbruggen als de andere oever van de echtelijke sponde lonkt of roept.

Benauwende deken van opgelegde harmonie
Geen zorgen over ons verscheurde land zult u van mij horen. Geen kommer om groepen die tegenover elkaar staan, geen kwel om culturele en etnische verschillen - deze onenigheid juichen wij enkel toe. Het houdt het land wakker en waakzaam, in beweging, zodat het een benauwende deken van opgelegde harmonie van zich aftrappelt. Onenigheid is een wetsteen voor de eigen standpunten, zij scherpt bij begaafde mensen de argumenten en retorische vaardigheden, want de oproerkraaiers blijven monotoon trommelen, ongeacht de omstandigheden. Een kraai kan nu eenmaal niet anders dan krassen. Melodieuzer zijn de klanken van beweging en vooruitgang, met wimpels van spot en tamboerijnen van vervoerrijke verbale venijn.

Onenigheid leidt tot open spel; niets legt drijfveren zo bloot als tegenstand en polemiek. Zo legt niets een standpunt over de vrouw zo bloot als een boerka.

Zo horen wij geamuseerd aan dat dit land xenofobisch en racistisch en, jawel, islamofobisch is geworden. Wanneer groepen met zulke voddige termen gaan wapperen dan weet men dat zij er niet tegen kunnen serieus genomen te worden, beschouwd te worden als ingezetenen die het land zowel nadeel als voordeel kunnen berokkenen. Zij missen de berenknuffel van moedertje verzorgingsstaat en het net iets te hartstochtelijke begrip van de besjaalde en belinnentaste Florences Nachtegaaltjes. Ergerlijk, maar nog steeds amusant, zijn de leeghandige verstoorders van kinderfolklore van mijter en knecht. Waarom geen mangroven geplant aan onze saaie kusten? Een vorm van interculturaliteit die onze goedkeuring kan wegdragen.  

Het zou ons niets verbazen als er meer moskeeën dan kerken in dit land staan en dan zeggen wij, met alle bescheidenheid die een staatshoofd betaamt, tegen wie dit land van islamofobie beticht: 'Foei!' (En ga nu werken, denken wij erachter aan, maar dat zeggen wij niet hardop, want wij willen niet onnodig kwetsen, moet u weten.) 

Een blinde, een jichtige en een vastende Marokkaan
Wij willen geenszins beklag en tegenbeklag stoppen - gaat u er vooral mee door. Het draait hier om niet geringe zaken als de grondslagen van onze democratie. Anders dan voornoemde Nederlandbashers lijken te veronderstellen, heeft dit land in de afgelopen eeuwen meer gedaan dan een slavernijverleden proberen te verdoezelen. Zulke individuele ontplooiing en sociale ontwikkeling komen niet uit de hemel vallen. 
In het beste en zeldzame geval vormt deze onevenwichtige polemiek hoogwaardig theater; in het ergste en meest voorkomende geval biedt zij een bühne die gebouwd lijkt door een blinde, een jichtige en een vastende Marokkaan. Maar - zoals immer - met amusement, met amusement, landgenoten!

Nu zullen de landgenoten wel denken dat wij ons graag vermaken en daarin hebben zij gelijk. Geen Calvinisten wij. Laten we het eens over cultuur hebben. De bezuinigingen op de publieke omroep en theater zijn hard nodig en wij staan er geheel achter. Het Nederlandse theater lijkt het middeleeuwse dorpsplein nog steeds niet ontgroeid te zijn, behalve dat de vrouwenrollen wél door vrouwen worden gespeeld, maar ook hiervan kunnen wij niet zeker zijn. Als wij het voor het zeggen hadden (maar dat hebben wij niet, ook al spreken wij nu vrijuit en hiervoor zijn wij behandeld), zouden wij Paul Verhoeven aan het hoofd van theaterproducties in Nederland zetten. De man is in essentie toch een kluchtenregisseur en de meeste opvoeringen ontstijgen de boertigheden van een farce niet.

Voorts heeft het ons altijd verbaasd dat een land dat zo'n rijke visuele traditie heeft gekend in de kunsten, zo'n achenebbisje reputatie heeft op het gebied van de cinematografie. Dit komt, ons inziens, omdat regisseurs sinds kort pas hebben ingezien dat film veel meer is dan een opgenomen theatervoorstelling ('Godverdomme, kutwijf! Je houdt niet meer van mij!'). Maar met dit besef kwam de imitatiedrift naar boven en o hemelgeweld! Wat zijn wij goed in imiteren. Wat hebben wij aan die imitatieromcoms, imitatiethrillertjes en imitatie-Tarantinootjes? Het origineel is altijd beter. En breek ons de bakkes niet open over boekverfilmingen, met de recente abominatie van columnverfilmingen! Alle subsidies voor zulke projecten zullen worden stopgezet per gisteren. Laat oorspronkelijke creativiteit heersen en overheersen. Carbon copy's hoeven wij niet.

O elementen verlos ons van carbon copy's in geest, kunst en politiek. Leve de dwarse oorspronkelijkheid.

Hafid Bouazza (1970) heeft in de afgelopen vijftien jaar aan tal van kranten en tijd­schriften bijdragen geleverd die voor ophef zorgden, reacties uitlokten en bovenal aantoonden dat Bouazza een van de grote schrijvers van onze tijd is. Bouazza publiceerde eerder De voeten van Abdullah (E. du Perronprijs 1996), Momo, Een beer in bontjasSalomon, Paravion (De Gouden Uil 2004), Spotvogel en Heidense Vreugde. Ook is hij samensteller-vertaler van de Arabische Bibliotheek en vertaalde hij Shakespeares Othello en Het temmen van een feeks. Deze alternatieve troonrede verscheen eerder in Volkskrant.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen