22.12.13

Afgedankt

door Loor


In de vroege ochtend besloot ik de kaal geworden ficus weer naar binnen te halen. Hij had 48 uur op de achterbank van mijn auto doorgebracht, in afwachting van een nieuw thuis, nadat ik hem tevergeefs bij de kringloopwinkel had aangeboden. Er was bij de inbrengbalie geen belangstelling voor zijn halflege takjes. Geen groengroot hart dat ze adopteren wilde. 

Toen ik de kringloopmensen omstandig had uitgelegd dat ik een humaan einde voor hem wilde, maar liever een gezellige herplaatsing, omdat hij een cadeau was geweest van zus J., boden ze aan om hem voor me weg te gooien. Ze beschikten over een biobak waarin hij tot duurzame compost zou transformeren. Lichte verontrusting vermengde zich op dat moment met vastberadenheid. Al wist ik niet waarover. Nog niet. Weggooien was geen optie. Net zomin als een ongelijke strijd met de elementen in een hoekje van mijn tuin. De achterbank bleef vooralsnog bezet.

Gedurende de tweede nacht van de grote Excommunicatie had ik geen oog dicht gedaan, naar de regen geluisterd die tegen het schuine dak van mijn slaapkamer sloeg. Ik stelde me voor hoe de ficus zo langzamerhand rillend naar kamertemperatuur en wat licht snakte, zich afgedankt en verloren voelde, niet begreep waarom hij zich ineens aan de andere kant van een voordeur bevond waarachter eerder zijn toekomst had gelegen. Nu geloofde hij vast dat hij geen enkele toekomst meer had. 

Alleen omdat ik me niet wat meer in de zorg voor hem had verdiept was hij nagenoeg blader- en vormeloos geworden; cramping anyone's style, zelfs die van de kringloopwinkel. En daarom voor onbepaalde tijd in mijn kille auto beland waar hij op een wonderlijke manier zijn laatste blaadjes was gaan vasthouden. Om zichzelf te warmen? Grote god. Om mij mijn onvergeeflijke onkunde en haast in te wrijven? Terecht. Om een tweede kans af te dwingen? Ocharme.

Vragen waarmee ik mezelf kwelde tijdens de doorwaakte uren. Uren waarin ik me vereenzelvigde met een kamerplant. Tot ik het niet meer uithield, in mijn badjas naar buiten rende en hem in mijn tekortschietende armen sloot.

Nu staat hij op een behaaglijke en prominente plek lelijk te zijn en heeft sinds zijn terugkomst geen blad meer afgeworpen. Niet ik, maar hij doet zijn best. Het lijkt zelfs alsof hij een aantrekkelijker pose heeft aangenomen, zijn minst sjofele kant trots naar voren steekt. Een hartbrekende opvoering.

Ja, hij is een en al goede wil. Een kluit ambitie rond een bamboestokje. Verrezen uit een bijna-dood. Hij geeft me daarmee het beste voornemen. Hij blijft. Hij is tof. 

2 opmerkingen:

  1. Een kluit ambitie rond een bamboestokje...
    Prachtig! Je doet me, zoals vaak, glimlachen..

    Vasti

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een cactus past beter. De mijne volgt mij sinds 1971 en heeft vele relaties overleefd. Zo nu en dan bloeit zij ondanks de karige verzorging. Een plant die je niet zonder handschoenen aanpakt. Een plant die je je niet zomaar terzijde schuift. Iedere dag wordt zij van meer waarde.

    BeantwoordenVerwijderen