4.2.18

Waar het beter is

door Loor


Het was op de eerste februari van dit jaar dat een stevige moedeloosheid zich meester van mij wist te maken. Het besef dat ik over een kleine vier maanden 51 jaar zal worden had zich aan me opgedrongen, tegelijk met het anonimiteit verdringende licht dat het lengen der dagen met zich meebrengt.

Het lengen van de dagen hou je niet tegen. Nooit. Zelfs niet met je ogen dicht. Het korten van het leven ook niet. Of slecht nieuws.

51. Een-en-vijftig. Op sterven na dood, dat 51. Als je 18 jaar bent. Of 25. Of zelfs 40. Met bijna twee benen aan de verkeerde kant van de grens tussen toekomst en verleden, tussen 'later als ik' en 'dat had ik ook nog wel willen doen'. En dat is ergens vreemd, dat besef, want ik ben een mens met zeer weinig ambities en ook wel een heimelijk verlangen naar over en sluiten. Maar toch. 

Mijn 'goede jaren' heb ik niet eens naar beste weten opgebruikt, stelde ik vast. Al die tijd had ik maar wat gedaan. En alles wat ik nog (steeds) wil doen past volgens mij niet meer bij mijn leeftijd. Ik voelde me in de herfst van mijn leven, hopeloos bejaard, in plaats van 50, bijna 51. 

Tot het nieuws mij bereikte dat de dichter Menno Wigman die dag aan de gevolgen van zijn hartziekte was overleden. Het bracht mijn immense zelfbeklag tot een abrupte stilstand.

Menno was een bijzondere kennis. Een ronduit aardig, uitzonderlijk getalenteerd en geraakt mens. Hij was iemand die me onbedaarlijk kon laten lachen tijdens onze enkele ontmoetingen en deed verbijsteren met zijn rauwe, door velen terecht bejubelde poëzie. 

De laatste keer dat ik hem trof was een jaar of vier geleden, in 'schrijverscafé' De Zwart. Het was een eindeloos lijkende dinsdagavond in april waarop wij (Menno, Hafid, Yves en ik) tevergeefs het invallen van het duister wensten, en verder een geanimeerd gesprek voerden over van alles, zoals writer's blocks, blogger's blocks, drank, het verval en lastige uitgevers. En over mijn stokpaardje: het Beloofde, onbegrepen en onterecht verketterde Land.

Menno, een meester in het analytisch luisteren, wist mijn omstandige betoog samen te vatten in het kortste gedicht dat hij, naar mijn weten, ooit voordroeg: 

"Israël, écht wel."

En zo kreeg Menno, beslist geen zionist, ook niet postuum, mij die avond stil. En lach ik nu nog, door misplaatst lijkende tranen heen. 

De onvergetelijke avond in april bleek eindig te zijn, zoals alles. Menno mocht niet ouder worden dan 51 jaar. 

Gruwelijk jong.

Goede reis, Menno. Mogelijk weet jij nu waar het beter is.


Harde modder

Het is de eerste van de eerste. Harde 
modder. Je steekt je hand in het verhaal 
van gisternacht en rookt een sigaret                        

uit het raam van een verovering. Half drie. 
Nieuwjaar. Je staart haast bevend naar een plein
van twaalf immense maanden, houdt je hoop   

voor je (want jij, je hoopte je kapot) 
en kwelt je met gedachten aan de dood 
van harde liefdes, afscheid, laf, laks afscheid. 
    
Twaalf maanden en de o van het verbazen. 
O wie verloor wat jij verloor. Je dacht 
dat achter alle ramen van de stad

het leven beter dan het jouwe was —     
en alle ramen huilen van gemis                     
en iedereen weet waar het beter is.  

Menno Wigman (10 oktober 1966 - 1 februari 2018)


5 opmerkingen:

  1. Life sucks, maar 'een mens met zeer weinig ambities'? Geloof je toch zelf niet. ;-)

    Stukkie poësie van Alex van Mourik:

    https://youtu.be/gMCU9_4ENmI



    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het duidelijk dat je nooit een doel in je leven hebt gehad, een geestelijk doel, maar dat je je alleen hebt bezig gehouden met je uiterlijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Je bezig houden met je uiterlijk, zouden d'r meer moeten doen, zag de wereld er ietsje minder troosteloos uit.

    Wel spijtig dat 't onder de wielen van de tijd weg stuift.


    https://youtu.be/IuFSQvUNR_4

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Een mooi mens met mooie gedichten.

    BeantwoordenVerwijderen