27.1.18

Keuzes *

door Loor


“Het leven van een mens is wat zijn gedachten ervan maken.” Een beroemd citaat van de Romeinse keizer Marcus Aurelius, dat ergens in mijn huis, op een versleten prikbord, mij tracht terug te fluiten als ik moedeloos dreig te worden van mijn gepeins over de waan en de waanzin van ons bestaan.

Wat in de ochtend begint met een op goede voornemens gebaseerde gedachtewolk, ontaardt aan het eind van de dag te vaak in een bijna niet te bevechten gedachtevlucht. En dan kan ik Aurelius’ woorden honderd keer overlezen, mijn gedachten blijken stuurloos.

De gedachtewolk die een paar dagen geleden was gevuld met uitsluitend ontroering, en die ik uit zou gaan werken tot een hoopvolle ode aan het leven, groeide binnen enkele uren uit tot een niet meer te stoppen achtbaan, opnieuw onbestuurbaar geworden op het spoor van een reeks hevige bespiegelingen over goed en fout, macht en moed. En zie dan nog maar eens terug te keren naar de zuivere emotie van het eerdere moment.

Mijn overdenkingen van de mismoedige soort werden onderbroken door het verschijnen van een foto en een brief die bestond uit meerdere A4’tjes, gevuld met herinneringen en minutieuze beschrijvingen. Elk detail dat de afzender uit zijn geheugen op had weten te diepen, had hij voor ons opgeschreven, met een zorgvuldigheid die me bij het lezen ervan diep in mijn ziel trof. Maar niet meer dan de begeleidende foto.

Op de foto een donkerharige kleine jongen op een muur: mijn vader, vlak na de oorlog, op de laatste van de drie plekken waar hij zonder zijn ouders ondergedoken had gezeten. Naast hem de afzender van de brief. Zijn onderduik-pleegbroer, een in Canada wonende Hollander die na al die jaren moeite had gedaan om mijn vader te vinden.


De foto en brief hadden op geen beter moment kunnen komen. De achtbaan stopte, of was het me gelukt er zonder kleerscheuren uit te springen? Het maakte niet uit, hij mocht verder razen op de gladde rails van glibberige ideeën, waan en waanzin – ik was teruggekeerd naar de gedachtewolk die ik aanvankelijk niet meer vangen kon.

Herinneringen van de afzender, haarfijn beschreven, vulden die van mijn vader aan, en zo ontstond opnieuw Het Verhaal, over wat voor mij altijd onvoorstelbaar zal blijven, hoe angstig dicht ik ook bij zijn geschiedenis sta. Vervlogen beelden op mijn netvlies.

Sindsdien prijkt naast het citaat van Marcus Aurelius de vergeelde foto van mijn vader. Het beeld van hoop en toekomst, van moed, verzet en Goede Keuzes. En vanaf nu een vangnet om mijn spaarzame, bestuurbare gedachtewolken.

* Deze column verscheen eerder, op 29 april 2012, en verschijnt ter gelegenheid van Holocaust Remembrance Day opnieuw bovenaan dit weblog. Een dag uit de geschiedenis die tot in lengte der dagen herdacht dient te worden.