31.7.13

Verkreupeling door constante vrees

door Hafid Bouazza


Bij Zomergasten zondag j.l. was Hans Teeuwen niet alleen onderhoudend en prikkelend, hij liet ook een lyrische kant van zichzelf zien. Hij prikkelde de kijkers te mijnent geregeld tot luid commentaar en onderlinge discussies; zijn verweer tegen de gruwelijke term en dooddoeners ‘islamofobie’ en ‘racisme’ was epigrammatisch; zijn zelfkritiek op zijn geestestoestand na de moord op Theo van Gogh was lyrisch.

Zorgwekkend echter was zijn bekentenis zelfcensuur toe te passen uit angst voor dreigementen en geweld uit islamitische hoek. In Nederland. De enige zelfcensuur die een kunstenaar (en ik beschouw Hans Teeuwen als een begaafd kunstenaar) toepast, moet worden ingegeven door een zelfkritisch vermogen en niet door angst. De prachtige monoloog van Pat Condell, die aan deze bekentenis vooraf ging, vormde een andere reactie op islamitisch geweld en drammende onredelijkheid – de retorische reactie van de tirade, van de ronkende donderpreek waarin God schittert door afwezigheid en waarbij de tong zwiept en striemt zonder slachtoffers te maken.

Het was een ariaversie van de hartenkreet van Howard Beale uit de film The Network (Sidney Lumet, 1976): ‘I’m as mad as hell, and I’m not going to take this anymore!

Het is de fulminatie van een beschaving die het woord boven het wapen stelt, zoals het hoort. En laten we eerlijk zijn, hoe hard het woord ook moge aankomen (en de orator die niet weet te schrijnen waar hij wil kwetsen is zijn zeepkist niet waard), het woord zal altijd als een kwinkeleren klinken in vergelijking met het krakeel van wapengekletter. De filippica van een welbespraakte individu klinkt altijd aangenamer dan het hese gekrijs van de ambassadebestormers en vlaggenverbranders, van de moordenaars en vrouwenhaters. Altijd.

Angst doet niet alleen huiveren, maar beperkt ook het spectrum van de menselijke emoties, want woede zal men niet licht uiten als men bang is het leven te verliezen. Nu mag woede een vorm zijn van onmacht, zoals opvoeders ons plachten te leren, maar is het niet beter je onmacht te uiten dan emotioneel verkreupeld te zijn? Want dat is natuurlijk wat (zelf)beperking is, een vorm van mankheid.

Is dat niet wat het uiteindelijke doel van terreur is? Verkreupeling door constante vrees.

Dus wie schetst mijn stomme verbijstering toen ik Monique Samuel bij Marijnissen en Knevel zag (maandag 29 juli 2013) die een verklaring voorlas aan de moslims nadat ze ernstig bedreigd is? Ik zal die verbijstering schetsen. Zij vertelde dat ze door drie Marokkanen werd ingesloten en bedreigd omdat ze de islam en hun ‘geliefde profeet’ (laat me niet lachen) zwart zou maken. ‘Among others,’ voegde ze eraan toe. Hiermee doelde ze ongetwijfeld ook op haar seksuele geaardheid, die haar hoogst persoonlijke zaak is.

Ah! Drie mannen tegen een vrouw, zo kennen we de onderlinge solidariteit en etnische harmonie van onze geliefde medelanders weer. En altijd weer goed om te zien hoe de ‘religie van vrede’(hou op!) zo’n pacificerende uitwerking heeft op het karakter van haar aanhangers.

Angst was duidelijk in haar overslaande stem te horen toen zij voornoemde verklaring voorlas, rijkelijk gekruid met islamitische plichtplegingen en gemeenplaatsen; ze begon zelfs met de aanhef  ‘In naam van Allah de Barmhartige Genadevolle’. Ze gaf aan de islam en Mohammed te respecteren (zij zelf is christen). Als verzoening voor de laaghartige en onbehouwen dreigementen van de grommende moslims, die ongetwijfeld in anonieme grotten hurken, had ze zelfs besloten een dag mee te vasten!

Een bedreigde vrouw die verontschuldigingen aanbiedt aan haar bedreigers? Sinds wanneer zijn we hier in het konijnenhol gevallen? Of zou het toch ramadan zijn, de ‘sprituele’ maand van bezinning en overdenking en vraatzucht? Ik heb het echt zelf gehoord van een vastende moslim op mijn favoriete programma Het Ramdanjournaal: ‘Tijdens ramadan ben ik minder agressief.’ Ik durf me niet af te vragen hoe snel hij dan wel agressief wordt na het Suikerfeest.

Monique Samuel wil ik niet afvallen, noch denk ik dat zij mijn steun nodig heeft. Laat ik mijn positie duidelijk maken, uit een oprechte liefde voor een land waar ik mijn vleugels kreeg en leerde fluiten en uit een afgronddiepe woede om een waanzin die hoe dan ook gestopt moet worden, want anders is het einde zoek (als we de einder al niet uit het oog zijn verloren).

Moslims, ik respecteer jullie religie niet; ik heb niet eens een atoom van eerbied voor de dagelijkse en jaarlijkse rituelen, voor de verboden en geboden van jullie godsdienst. Ik heb geen respect voor de mythe van Mohammed. Ik vind Allah een armoedig verzinsel. De hoeri’s zijn een lachertje. Geweld is voor mietjes. Dreigen is voor leeghoofden (ga toch werken).

In den beginne was het woord en het woord was bij de mens en in het einde zal er het woord zijn, want een mens heeft meer woorden dan hartslagen tot zijn beschikking. Gebruik de handen om een pen te grijpen of toetsen te beroeren en niet om ze tot vuisten te ballen. Evolueer.

I’m as mad as hell, and I’m not going to take this anymore! in de woorden van Paddy Chayefsky (1923-1981), scriptschrijver en, ja inderdaad, een  jood.

Hafid Bouazza (1970) heeft in de afgelopen vijftien jaar aan tal van kranten en tijd­schriften bijdragen geleverd die voor ophef zorgden, reacties uitlokten en bovenal aantoonden dat Bouazza een van de grote schrijvers van onze tijd is. Bouazza publiceerde eerder De voeten van Abdullah (E. du Perronprijs 1996), Momo, Een beer in bontjasSalomon, Paravion (De Gouden Uil 2004), Spotvogel en Heidense Vreugde. Ook is hij samensteller-vertaler van de Arabische Bibliotheek en vertaalde hij Shakespeares Othello en Het temmen van een feeks. Dit essay verscheen vandaag in NRC.