18.3.18

En zo kennen we je naam

door Loor

Tijdens het laatste Boekenbal werd de onlangs overleden Menno Wigman (1966-2018) door zijn goede vriend Tommy Wieringa herdacht. In het publiek, waartussen ik me alleen om die reden graag had bevonden, deden 'schrijfster' Anousha Nzume en een van haar podcast-collega's met een kleurobsessie en een 'witten'-telraam via de sociale media verslag van het jaarlijkse (in hun ogen te blanke) schrijvers- en boekenfeest. 

Ze letten niet op de inhoud, de waardigheid, het verdriet, de ode, maar op de kleur van de spreker(s). En Wieringa sprak uiteindelijk. In nog niet voorbije ontsteltenis over zijn aan hem ontvallen menslievende makker Menno, wiens dood ook mij geen dag loslaat. 

Anousha en haar collega - niet door enige kennis van Wigman's po√ęzie gehinderd en door kwade omstandigheden op het Boekenbal beland - zagen echter alleen een witte man (Wieringa) die sprak over een andere witte man (Wigman). Ongekamde haatgedachten in lege hoofden. 

Deze bizarre constatering ("Een andere witte man aan het woord over een... jawel witmang...") kwam niet alleen in ze op, maar werd door hen ook via hun Twitteraccount gedeeld. Wie van de twee de tweet plaatste blijft onduidelijk, maar van samenspel was zonder twijfel sprake.



De waanzin kwam op en verliet hun holle geesten, als een niet tegen te houden eruptie uit de Strokkur. Kwaadaardigheid of stuitende domheid, of allebei. Ik gok op het laatste. 

Applaus oogstten ze niet, hoewel er altijd krankzinnigen zijn met een omgekeerd loyaliteitsprobleem. Tot hij (de tweet) echt ging rondzingen, omdat de geworpen steen nu eenmaal zijn werk doet in de Twittervijver. 

Menno's naam werd die avond in liefde en gemis genoemd en geschreeuwd. Minstens duizend maal. In al zijn 'witheid' wist hij postuum zelfs de overige 'anti-racisten' met een witte mannen-obsessie te ontroeren. Ze namen afstand. Voor een keer, maar in het geval Menno is dat voorlopig genoeg. 

Het hele verhaal ontplofte in hun schaamteloze gezichten: de twee werden die avond een zoekterm, zoals de anti-held Herostratos in Menno Wigman's gelijknamige gedicht.

"En nog voor het eind van het festijn zal ik de grootste zoekterm zijn." 

En zo geschiedde het.

Herostratos
Er tikken pissebedden in mijn hoofd.
Ze naaien mijn gedachten op.
Ik denk al dagen aan een daad, zo groot,
zo hevig en dramatisch dat mijn naam
in alle kranten komt te staan.
Napoleon, las ik, was kleurenblind
en bloed was voor hem groen als gras.
En Nero, die bijziend was, hield het spel
in zijn arena bij door een smaragd.
Nu even stilstaan. Moet je horen: ik
ga straks de straat op, ik besta het, schiet
me leeg en verf de feeststad groen.
En nog voor het eind van het festijn
zal ik de grootste zoekterm zijn.
Menno Wigman